Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Midden-Nederland
De eiseres, een onderwijsinstelling, vorderde betaling van inschrijvingskosten en bijkomende kosten van de gedaagde, die zich had ingeschreven voor een opleiding en binnen veertien dagen de overeenkomst had herroepen. De eiseres baseerde haar vordering op een beding in de algemene voorwaarden dat bij annulering binnen vier weken voor aanvang een redelijk loon verschuldigd zou zijn.
De gedaagde stelde dat hij tijdig gebruik had gemaakt van zijn herroepingsrecht en daarom niets verschuldigd was. De rechtbank oordeelde dat het beding in de algemene voorwaarden in strijd is met het wettelijke herroepingsrecht van de consument zoals neergelegd in artikel 6:230i lid 1 BW, omdat het beding in het nadeel van de consument afwijkt.
Verder was onvoldoende onderbouwd dat de toelatingstoets onderdeel uitmaakte van het onderwijstraject en dat de gedaagde afstand had gedaan van zijn herroepingsrecht. De vorderingen van de eiseres werden daarom afgewezen.
De eiseres werd veroordeeld tot betaling van een forfaitair bedrag van € 50,00 aan de gedaagde wegens noodzakelijke reis- en verletkosten, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door de kantonrechter op 21 januari 2026.
Uitkomst: De vordering van de onderwijsinstelling tot betaling van inschrijvingskosten wordt afgewezen wegens strijd met het herroepingsrecht.