ECLI:NL:RBMNE:2026:3890
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering machtiging gijzeling wegens onduidelijkheid en betalingsonmacht
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot het toepassen van gijzeling tegen betrokkene wegens het niet betalen van een opgelegde administratieve boete en de daarbij behorende verhogingen. De zaak werd behandeld op 22 juni 2026, waarbij betrokkene niet aanwezig was.
De kantonrechter constateerde dat er sprake was van een zeer rommelig dossier met meerdere openstaande zaken en onduidelijkheid over de opbouw van de totale schuld en de verwerking van betalingen. Hoewel er betalingsregelingen waren getroffen en een deel van de schuld was voldaan, was niet duidelijk of de specifieke vorderingen waarvoor gijzeling werd gevraagd daadwerkelijk onbetaald waren.
De rechtbank oordeelde dat gijzeling slechts in uiterste noodzaak mag worden toegepast en alleen als vaststaat dat betrokkene kan, maar niet wil betalen. Gezien de gedateerde en onduidelijke informatie en het ontbreken van bewijs van betalingsonwil, wees de kantonrechter de vordering af. De uitspraak werd op 6 juli 2026 in het openbaar gedaan door kantonrechter J.O. Zuurmond.
Uitkomst: De vordering tot machtiging gijzeling wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over schuld en onvoldoende bewijs van betalingsonwil.