ECLI:NL:RBMNE:2026:3896

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/5097
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.1 WlzArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing indicatie Wlz wegens onvoldoende motivering noodzaak 24-uurszorg

Eiser, woonachtig in een beschermde woonvorm en bekend met psychische en visuele beperkingen, vroeg een indicatie aan voor langdurige zorg op grond van de Wlz. Het CIZ wees deze aanvraag af omdat volgens het medisch advies geen noodzaak bestond voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.

De rechtbank oordeelt dat het CIZ onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen noodzaak is voor permanent toezicht of 24-uurszorg. De medisch adviseur heeft een te strikt beoordelingskader gehanteerd door alleen te kijken naar volledige overname van handelen, terwijl ook voortdurende begeleiding relevant is. Daarnaast is onvoldoende ingegaan op concrete voorbeelden van onplanbare hulp die eiser heeft aangedragen.

Ook de beoordeling van de blijvendheid van de zorgbehoefte is onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het CIZ op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het CIZ wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de noodzaak van permanent toezicht of 24-uurszorg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5097

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Imkamp),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Met het bestreden besluit heeft het CIZ de afwijzing gehandhaafd. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is
.Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 8 januari 2025 (het primaire besluit) afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 29 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft het CIZ eisers bezwaar ongegrond verklaard en is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het CIZ heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het CIZ.
2.4.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser woont sinds november 2020 in een beschermde woonvorm bij [locatie] , onderdeel van de [naam] . Hij is bekend met psychische klachten, waaronder ADHD, persisterende depressieve stoornis en een ander gespecificeerd trauma of stressgerelateerde stoornis. Daarnaast is er sprake van visuele problematiek, kegeldystrofie, waardoor hij slechtziend is aan beide ogen. Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een indicatie op grond van de Wlz. Hij wil in aanmerking komen voor het zorgprofiel GGZ wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering (GGZ W03).
3.1.
Het CIZ heeft met het primaire besluit de aanvraag afgewezen. Volgens het CIZ kan namelijk niet met zekerheid worden vastgesteld dat er op dit moment een levenslange noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid is. Met het bestreden besluit heeft het CIZ deze afwijzing gehandhaafd. Het CIZ heeft zich hierbij gebaseerd op het medisch advies van de medisch adviseur van 27 mei 2025. In het medisch advies is geconcludeerd dat eiser niet is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Eiser wordt in staat geacht om op relevante momenten hulp in te roepen en voldoende de zorgbehoefte te overzien en inschatten, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen. Er zijn fysieke problemen maar eiser behoeft geen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg. Daarnaast zijn er geen zware regieproblemen aan de orde waarbij voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig is.
Toetsingskader
4. Om in aanmerking te komen voor zorg op grond van de Wlz moet sprake zijn van een grondslag die maakt dat er behoefte is aan permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Deze zorgbehoefte moet daarnaast blijvend zijn. [1]
4.1.
Met een behoefte tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid wordt bedoeld de situatie dat iemand zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel te voorkomen. [2] Het kan hierbij gaan om fysieke problemen waardoor iemand voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft of om zware regieproblemen waardoor iemand voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
4.2.
Van ernstig nadeel is sprake als iemand:
- zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
- zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
- ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
- ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt. [3]
Noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid
5. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat er sprake is van een grondslag voor toegang tot de Wlz, namelijk de grondslagen psychische stoornis (PSY) en zintuigelijke handicap (ZG visueel). Het geschil ziet voornamelijk op de vraag of de aard en ernst van de klachten dusdanig is dat er een noodzaak is tot permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid om ernstige nadeel te voorkomen.
5.1.
Eiser stelt zich op het standpunt dat het CIZ onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de vraag of er sprake is van een noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid. Volgens eiser heeft de medisch adviseur en deels te strenge uitleg van het beoordelingskader gehanteerd. Uit het medisch advies blijkt namelijk dat de adviseur op meerdere relevante onderdelen alleen is uitgegaan van de vraag of ‘volledige overname van handelen nodig is’, terwijl de vraag is of iemand voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft. Daarnaast heeft eiser gewezen op zijn dossier, waaruit zou blijken dat er ten aanzien van relevante aspecten, onplanbare hulp nodig is. Er wordt gewezen op voorbeelden waarin eiser niet zelf hulp vraagt, zijn situatie niet goed inschat, dat er zich frequent depressieve periodes voordoen waarin teloorgang dreigt en dat eiser kwetsbaar is voor beïnvloeding door anderen op het gebied van verslaving en criminaliteit. De medisch adviseur heeft daar, volgens eiser, ten onrechte onvoldoende aandacht aan besteed in haar medisch advies.
5.2.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zijn de adviezen van de medisch adviseur van het CIZ aan te merken als een deskundigenadvies als is vastgesteld dat zij onpartijdig, objectief en inzichtelijk zijn en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. [4] Dit ligt anders als concrete aanknopingspunten bestaan waaruit twijfel aan de juistheid of volledigheid van dit advies blijkt. Het is echter aan eiser om met medische informatie te komen die aan het advies doet twijfelen. [5]
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het CIZ onvoldoende gemotiveerd dat er geen sprake is van een noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid, omdat de zorgbehoefte kan worden ondervangen met planbare zorg. De rechtbank stelt vast dat de medisch adviseur in haar advies op meerdere onderdelen heeft beoordeeld of er sprake is van een noodzaak tot volledige overname en uiteindelijk heeft geconcludeerd dat er geen noodzaak is tot voortdurende begeleiding. Eiser stelt terecht dat de medisch adviseur, door te beoordelen of er een noodzaak tot volledige overname is, een (deels) te strikt beoordelingskader heeft gehanteerd. Dat uiteindelijk is geconcludeerd dat er geen noodzaak is tot voortdurende begeleiding is onvoldoende. Daarnaast heeft eiser specifieke voorbeelden aangedragen ter onderbouwing van zijn standpunt dat onplanbare hulp nodig is. In het medisch advies is slechts in het algemeen gereageerd dat de genoemde risico’s kunnen worden ondervangen door signalering tijdens planbare zorg. Hierbij is de medisch adviseur niet ingegaan op de specifieke voorbeelden die eiser heeft aangedragen. Dat levert een motiveringsgebrek op.
Blijvendheid
6. Het CIZ heeft de blijvendheid van de zorgbehoefte niet (volledig) beoordeeld, omdat de noodzaak tot permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid niet is aangenomen. Eiser is in het beroepschrift volledigheidshalve alsnog ingegaan op de conclusies die het CIZ wel in het bestreden besluit heeft ingenomen. Hij stelt in dat kader dat uit het dossier geenszins blijkt dat er concreet zicht bestaat op verbetering van zijn situatie. De medisch adviseur heeft over de frequente depressieve periodes die hij ervaart in het advies opgenomen dat behandeling van de depressie de zorgbehoefte zal doen afnemen. Eiser stelt niet ten onrechte dat hiervoor geen aanknopingspunten in het dossier zitten en dat niet de blijvendheid van de afzonderlijke depressieve periodes relevant is voor de beoordeling, maar dat het gaat om de blijvendheid van terugkerende depressieve periodes. Als het CIZ toekomt aan een beoordeling van de blijvendheid, moet zij ook in achtnemen dat ook dit punt onvoldoende gemotiveerd is.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten en kan in dit geval ook zelf geen beslissing nemen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het CIZ een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het CIZ hiervoor zes weken de tijd.
7.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het CIZ het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 29 juli 2025;
- draagt het CIZ op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het CIZ het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het CIZ tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz.
2.Artikel 3.2.1, eerste lid, onder b, van de Wlz.
3.Artikel 3.2.1, tweede lid, onder c, van de Wlz.
4.Zie bijv. de uitspraak van de CRvB van 16 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3266.
5.Zie bijv. de uitspraken van de CRvB van 28 augustus 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1709 en van 6 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2094.