Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
van antwoord,
2.De kern van het incident
[gedaagde sub 2] .
3.De beoordeling van het incident
De hoofdzaak in het kort
[gedaagde sub 2] is in gemeenschap van goederen getrouwd met [gedaagde sub 1] , [eiseres] vordert in de hoofdzaak dat zij moet dulden dat het vonnis tegen [gedaagde sub 1] ook ten uitvoer kan worden gelegd op de gemeenschap van goederen.
- [gedaagde sub 1] uit het forumkeuzebeding van artikel 11 van Pro de tussen [eiseres] en [gedaagde sub 1] gesloten borgtochtkomstovereenkomst,
- [gedaagde sub 2] uit artikel 107 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) waarin een bevoegdheidsregel wordt gegeven voor het geval er meerdere gedaagden zijn.
Daarvan is sprake als:
- één van de contractanten een consument is die handelt in een kader dat niet als bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd,
- daadwerkelijk een overeenkomst is gesloten tussen deze consument en een bedrijfs- of beroepsmatig handelende persoon, en
- deze overeenkomst onder één van de in artikel 17 Brussel Pro I-bis bedoelde categorieën valt.
In dit geval is niet aan alle voorwaarden voldaan, omdat [gedaagde sub 1] niet heeft gehandeld als consument. Het begrip consument moet restrictief worden uitgelegd op basis van de positie die de betrokken persoon in een bepaalde overeenkomst inneemt in verband met de aard en het doel van deze overeenkomst. Reden daarvoor is dat dezelfde persoon voor sommige transacties als consument kan worden beschouwd en voor sommige transacties als ondernemer. Dit brengt mee dat alleen overeenkomsten die een persoon los en onafhankelijk van enige bedrijfs- of beroepsmatige activiteit of doelstelling sluit met als enige doel te voldoen aan de eigen particuliere consumptiebehoefte onder de in Brussel I-bis neergelegde bijzondere regeling voor bescherming van de consument als zwakke partij vallen. [2]
“ (….)
Alle geschillen welke tussen partijen mochten ontstaan, naar aanleiding van de onderhavige overeenkomst dan wel van nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg mochten zijn of uit enige ander bestaande of toekomstige rechtsbetrekking zoals bijvoorbeeld, zij niet uitsluitend, ter zake van onrechtmatige daad, onverschuldigde betalingen en ongegronde verrijking, zullen worden beslecht door de Rechtbank te Utrecht, zulks behoudens voor zover dwingende competentieregels deze keuze in de weg zouden staan.”
- salaris advocaat (1 punt x tarief II) € 614,00
- nakosten € 178,00 plus de kosten genoemd in de beslissing.
woensdag 21 januari 2026verwezen voor beraad mondelinge behandeling.
4.4. De beslissing
woensdag 21 januari 2026voor beraad mondelinge behandeling.
14 januari 2026.