ECLI:NL:RBMNE:2026:3911
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging zorg- en huurovereenkomst in Corporatiehotel niet toegerekend aan gemeente
Eisers verbleven sinds maart 2023 in het Corporatiehotel in afwachting van een eigen woning. Na het weigeren van een eenmalig woningaanbod en het intrekken van hun urgentieverklaring door Woningnet, beëindigde de Tussenvoorziening per brief van 28 juli 2025 hun zorg- en huurovereenkomst. Eisers maakten bezwaar bij het college, dat dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaarde omdat de brief niet van een bestuursorgaan afkomstig was.
Eisers voerden aan dat de opvang namens de gemeente was toegekend en dat het college daarom verantwoordelijk was voor de beëindiging. De rechtbank oordeelde echter dat de zorg- en huurovereenkomst een privaatrechtelijke overeenkomst is tussen eisers en de Tussenvoorziening, een stichting, en dat het college geen partij is. Er was geen sprake van een voorziening toegekend door of namens de gemeente, noch van maatschappelijke opvang of Wmo-indicatie.
Ook de toepassing van artikel 6:19 Awb Pro werd verworpen omdat er geen sprake was van een bestuursorgaan dat een besluit intrekt, wijzigt of vervangt tijdens een lopende bezwaarprocedure. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de beëindiging van hun zorg- en huurovereenkomst wordt ongegrond verklaard omdat de brief niet aan het college kan worden toegerekend.