Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Procesverloop
8 mei 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.
Overwegingen
15 m². De woning heeft een gebruiksoppervlakte inclusief aanbouw van 190 m² en ligt op een perceel van 314 m².
.Voor zover eiser van mening is dat er een motiveringsgebrek is ten aanzien van de uitspraak op bezwaar is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake van is. In de uitspraak op bezwaar wordt ingegaan op de manier waarop de WOZ-waarde moet worden vastgesteld, namelijk door middel van een vergelijking van transactiegegevens van vergelijkbare woningen. Daaruit volgt dat een vergelijking met WOZ-waardes van andere jaren of een vergelijking met WOZ-waardes van referentiewoningen niet ter onderbouwing van een waarde kan dienen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.