ECLI:NL:RBMNE:2026:3952
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen herzieningsbesluit compensatie kinderopvangtoeslag ongegrond verklaard
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van eiseres tegen een herzieningsbesluit van de Dienst Toeslagen over de compensatie van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2012 tot en met 2014. De Dienst Toeslagen had fouten in de eerdere berekening ontdekt en gecorrigeerd, waarbij een hoger bedrag aan compensatie werd toegekend. Eiseres betwistte het herzieningsbesluit, met name omdat zij meent dat zij niet opnieuw is gehoord en dat er rente over de nabetaling had moeten worden betaald.
De rechtbank stelt vast dat eiseres gedupeerde is van de toeslagenaffaire en recht heeft op compensatie, maar dat het geschil zich beperkt tot de wijzigingen in het herzieningsbesluit ten opzichte van de eerste beslissing op bezwaar. De rechtbank oordeelt dat de correcties een rekenkundig herstel betreffen en geen nieuwe feiten of omstandigheden die een nieuw hoorrecht vereisen. Ook is artikel 4:102, tweede lid, van de Awb niet van toepassing omdat de Wet herstel toeslagen een eigen regeling voor rentevergoeding bevat.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het herzieningsbesluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald. De uitspraak is gedaan door rechter A. de Snoo en griffier I.C. de Zeeuw-'t Lam op 7 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.