Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
1.Het verloop van de procedure
- de beschikking van 26 mei 2026;
- het verslag van de GI van 3 juni 2026;
- het bericht van de moeder met producties 1 tot en met 3 van 4 juni 2026
- de moeder, bijgestaan door mr. N. Schiedekater waarnemend voor mr. F. Pool;
- [A] en [B] namens de Raad;
- [C] als vertegenwoordiger van de GI.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de moeder
De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulp krijgt en niet telkens wordt verplaatst. Daarnaast heeft de advocaat naar voren gebracht dat er in de beschikking van 26 mei 2026 specifiek staat opgenomen dat er een regievoerder moet komen. Er is nu geen regievoerder, omdat de zaak onder de bureaudienst van de GI valt. Daarom betwijfelt de moeder of de gestelde doelen van de voorlopige ondertoezichtstelling haalbaar zijn. De moeder verzoekt om de maatregelen door de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE) te laten uitvoeren en specifiek door de jeugdbeschermer [D] . Deze jeugdbeschermer is eerder bij het gezin betrokken geweest en is bekend met de voorgeschiedenis. Als de voorlopige ondertoezichtstelling door SAVE zal worden uitgevoerd dan verweert de moeder zich niet tegen het verzoek.
De moeder geeft aan dat ze met [minderjarige] naar De Hoop is geweest voor een intake. Volgende week volgt het advies. [minderjarige] heeft gezegd dat hij hulp wil gaan en ze hoopt dat hij daar in behandeling kan komen. Mocht dat niet lukken dan zou vanuit Moving Up ambulante hulp van De Waag ingezet kunnen worden.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.