ECLI:NL:RBMNE:2026:3958

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 juli 2026
Zaaknummer
C/16/612083 / JE RK 26-759
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:259 BWArt. 1:265c BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 juni 2026 een beschikking gegeven over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2012. De minderjarige verbleef sinds 19 mei 2026 vrijwillig bij Move Up in Amsterdam, maar vanwege onder andere traumaproblematiek en fors middelengebruik is een spoedmachtiging verleend om hem uit huis te plaatsen.

De moeder, belast met het ouderlijk gezag, werkt vrijwillig mee aan de hulpverlening en verzet zich niet tegen de spoedbeslissing. Wel verzoekt zij om vervanging van de gecertificeerde instelling door Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE), die eerder bij het gezin betrokken was en een bekende jeugdbeschermer beschikbaar heeft.

De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat hij voorlopig uit huis blijft geplaatst en dat SAVE de ondertoezichtstelling zal uitvoeren. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 29 augustus 2026. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en gericht op het bieden van stabiliteit en een passende woon- en behandelplek voor de minderjarige.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd en de gecertificeerde instelling vervangen door Samen Veilig Midden-Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/612083 / JE RK 26-759
Datum uitspraak: 5 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling, een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. F. Pool,
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 26 mei 2026;
  • het verslag van de GI van 3 juni 2026;
  • het bericht van de moeder met producties 1 tot en met 3 van 4 juni 2026
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door mr. N. Schiedekater waarnemend voor mr. F. Pool;
  • [A] en [B] namens de Raad;
  • [C] als vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
[minderjarige] was uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 3 juni 2026. De uitnodiging heeft [minderjarige] niet tijdig bereikt. Daarom heeft de kinderrechter [minderjarige] op 9 juni 2026 alsnog digitaal via een Teamsverbinding gesproken. Afgesproken is dat een nadere zitting zou worden bepaald als [minderjarige] een heel andere visie dan bekend zou blijken te hebben.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Ryan woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 mei 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 29 augustus 2026. Ook heeft de kinderrechter toen een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor jeugdhulp tot 23 juni 2026. Daarvoor verbleef [minderjarige] vanaf 19 mei 2026 op vrijwillige basis bij Move Up in Amsterdam.

3.Het verzoek

De kinderrechter moet de moeder en [minderjarige] nog horen op de spoedbeslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling en de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing. Ook moet de kinderrechter nog beslissen op het verzoek om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen in een voorziening voor jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

4.Het standpunt van de moeder

De advocaat heeft namens de moeder naar voren gebracht dat het niet evident is dat de spoedbeslissing noodzakelijk is geweest. Toen [minderjarige] was weggelopen van Move Up, is hij namelijk vrijwillig teruggekeerd. Daarnaast werkt de moeder vrijwillig mee aan alle hulpverlening en de plaatsing van [minderjarige] bij Moving Up. Tegelijkertijd voert de moeder niet per se verweer tegen de spoedbeslissing van 26 mei 2026.
De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] de juiste hulp krijgt en niet telkens wordt verplaatst. Daarnaast heeft de advocaat naar voren gebracht dat er in de beschikking van 26 mei 2026 specifiek staat opgenomen dat er een regievoerder moet komen. Er is nu geen regievoerder, omdat de zaak onder de bureaudienst van de GI valt. Daarom betwijfelt de moeder of de gestelde doelen van de voorlopige ondertoezichtstelling haalbaar zijn. De moeder verzoekt om de maatregelen door de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE) te laten uitvoeren en specifiek door de jeugdbeschermer [D] . Deze jeugdbeschermer is eerder bij het gezin betrokken geweest en is bekend met de voorgeschiedenis. Als de voorlopige ondertoezichtstelling door SAVE zal worden uitgevoerd dan verweert de moeder zich niet tegen het verzoek.
De moeder geeft aan dat ze met [minderjarige] naar De Hoop is geweest voor een intake. Volgende week volgt het advies. [minderjarige] heeft gezegd dat hij hulp wil gaan en ze hoopt dat hij daar in behandeling kan komen. Mocht dat niet lukken dan zou vanuit Moving Up ambulante hulp van De Waag ingezet kunnen worden.

5.De beoordeling

Vervanging van de GI
5.1.
De kinderrechter zal de GI vervangen door SAVE. De kinderrechter kan op verzoek van een met het gezag belaste ouder de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, vervangen door een andere gecertificeerde instelling. [1] De kinderrechter vindt het passend dat SAVE de ondertoezichtstelling gaat uitvoeren, omdat zij eerder betrokken is geweest bij het gezin. Tijdens de zitting heeft de moeder contact gehad met SAVE en vernomen dat er bij SAVE direct een jeugdbeschermer beschikbaar is. Ook kan de eerder betrokken jeugdbeschermer (direct of indirect) betrokken zijn. Tijdens de zitting heeft de moeder ermee ingestemd dat – in het geval de GI wordt vervangen door SAVE – de GI de dossiers met SAVE zal delen.
De beslissing op het aangehouden deel van het verzoek
5.2.
De kinderrechter zal de aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlenen tot 29 augustus 2026. Hierna zal de kinderrechter deze beslissing uitleggen.
De toelichting
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] is dat hij voorlopig uit huis geplaatst blijft. [2] Bij [minderjarige] is sprake van onder andere traumaproblematiek en fors middelengebruik. In de thuissituatie leidt dat tot escalaties waarbij het de moeder, ondanks al haar inspanningen, niet meer lukt om de veiligheid van [minderjarige] en andere gezinsleden te waarborgen.
5.4.
Voor [minderjarige] is een passende woon- en behandelplek nodig. Ter overbrugging verblijft [minderjarige] nu op een crisisgroep, Move Up in Amsterdam. Tijdens de zitting is besproken dat [minderjarige] een intakegesprek bij De Hoop heeft gehad. De kinderrechter benadrukt dat het niet in het belang van [minderjarige] is om op te veel verschillende plekken te verblijven, maar dat hij stabiliteit nodig heeft. Ook [minderjarige] en de moeder hebben verteld dat het voor [minderjarige] belangrijk is om voor langere tijd op een plek te kunnen verblijven.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 26 augustus 2026;
6.2.
vervangt de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering door de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026, in aanwezigheid van mr. I.J.R. Stoffels als griffier en op schrift gesteld op 1 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:259 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.