Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
[handelsnaam 1],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie met 3 producties,
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
“Nogmaals dank voor de prettige kennismaking, erg gewaardeerd. Zoals toegezegd een korte presentatie van onze Managed Services activiteiten + de bevestiging dat wij 10% marge afdragen op de diensten die wij voor/via jou mogen leveren.”
“Zoals afgesproken kun jij de fee (10% over uurtarief van € 85.00) over de facturabele uren die wij bij [onderneming] hebben gemaakt aan ons factureren.”
“de rechter kan …”) om in een civiele procedure informatie op te vragen bij partijen die hij meent nodig te hebben om te kunnen beslissen in het aan hem voorgelegde geval, waaronder het overleggen van op de zaak betrekking hebbende bescheiden.
€ 214.380,49 geen commissie is betaald. Als reden daarvoor voert [gedaagde] aan dat zij op grond van de overeenkomst met [handelsnaam 1] alleen verplicht was om een commissie te betalen voor de uren die zij heeft besteed aan een bepaald project bij [onderneming] . Een zogenoemd portalproject, dat volgens [gedaagde] – kort samengevat – neerkomt op het maken van een ‘track-and-trace’-koppeling aan een bestaand RPG softwaresysteem. Het portalproject is eind 2019 afgerond. In de jaren daarna is [gedaagde] diensten blijven leveren aan [onderneming] . [gedaagde] voert daarover aan dat zij over die diensten onverplicht, op vrijwillige basis en enkel vanuit een ‘ecosysteem-gedachte’ een commissie heeft afgedragen aan [handelsnaam 1] . [gedaagde] heeft deze commissie alleen betaald voor de uren die een van haar medewerkers, namelijk [A] (hierna [A] ), bij [onderneming] heeft gemaakt. Naast [A] heeft ook [B] (hierna [B] ) namens [gedaagde] uren gemaakt voor het leveren van diensten aan [onderneming] . [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd toegelicht dat zij alleen voor de uren van [A] een commissie betaalde, omdat [A] de medewerker was die ook het portalproject uitvoerde. Volgens [handelsnaam 1] zijn partijen niet overeengekomen dat [gedaagde] alleen een commissie heeft te betalen voor de uren die zij heeft besteed aan het portalproject.
Uit de financiële analyse van [onderneming] blijkt over de afgelopen 6 jaar door [handelsnaam 2](dit is een vroegere handelsnaam van [gedaagde] ; toevoeging rechtbank)
een omzet te zijn gerealiseerd van € 473.181,69. Dit staat in schril contrast tot de opgave die [handelsnaam 1] kreeg voor facturatie (…).”Bij e-mail van 9 mei 2025 heeft [gedaagde] aan [handelsnaam 1] – voor zover van belang – het volgende bericht:
“Met betrekking tot hetgeen jij in jouw mail claimt, heb ik begrepen dat de initiële intentie en afspraak met [handelsnaam 1] voor een marge afdracht over de werkzaamheden van [gedaagde] (voorheen [handelsnaam 2] ) bij [onderneming] , 100% beperkt zijn tot de inzet van [A] . Een andere afspraak dan deze is niet gemaakt en is ook niet reëel”. Bij e-mail van 9 mei 2025 heeft [handelsnaam 1] aan [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende bericht:
“(…) dat kun je lezen op de bijgevoegde mail van [C (voornaam)] dat er nooit sprake is geweest van commissie op basis van de werkzaamheden van een bepaald persoon.”Volgens [handelsnaam 1] heeft [gedaagde] in haar e-mail van 9 mei 2025 voor het eerst laten weten dat zij alleen een commissie betaalt voor de uren van [A] . [gedaagde] heeft dat onvoldoende weersproken.