ECLI:NL:RBMNE:2026:3962

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
5 juli 2026
Zaaknummer
12162568 \ MC EXPL 26-1695
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 RvArt. 6:265 BWArt. 6:119 BWArt. 6:96 lid 6 BWRichtlijn 93/13/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand statushouder

De gemeente Almere vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning die zij verhuurt aan een statushouder met een huurachterstand van meer dan drie maanden. De huurder erkent de achterstand, die is ontstaan door het stopzetten van zijn uitkering, en vraagt om een kans te blijven wonen.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand inmiddels is opgelopen tot acht maanden en dat de huurder onvoldoende heeft onderbouwd hoe hij de achterstand wil inlopen. Ondanks begrip voor zijn situatie, waaronder taalproblemen en het ontbreken van inkomen, weegt het belang van de gemeente om de woning beschikbaar te stellen voor andere statushouders zwaarder.

De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder krijgt een termijn van veertien dagen om te ontruimen, en wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, servicekosten, gebruiksvergoeding vanaf ontbinding tot ontruiming, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, kosten en rente.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12162568 \ MC EXPL 26-1695
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
GEMEENTE ALMERE,
zetelende te Almere,
eisende partij in het incident en de hoofdzaak,
hierna te noemen: gemeente Almere,
gemachtigde: mr. J.M.R. Exterkate,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in incident en de hoofdzaak,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.G. Ton.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 17 maart 2025, tevens houdende vordering tot voorlopige voorziening ex artikel 223 van Pro Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering, met producties 1 tot en met 9;
- de conclusie van antwoord tevens conclusie van antwoord in voorlopige voorziening;
- de brief van de rechtbank van 20 mei 2026, waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling op 1 juni 2026 is bepaald;
- de nadere akte met een actuele specificatie van de achterstand van gemeente Almere van 22 mei.
1.2
De zaak is op 1 juni 2026 bij de kantonrechter besproken. Namens gemeente Almere zijn verschenen de heer [A] – [functie] bij gemeente Almere – en mevrouw [B] – property manager bij [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) / beheerder –, bijgestaan door mr. J.M.R. Exterkate. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. A.G. Ton. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft besloten dat schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] huurt sinds 1 mei 2024 de woning aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats] (hierna: het gehuurde) van gemeente Almere. Het gehuurde maakt onderdeel uit van een complex. Dat complex heeft gemeente Almere destijds aangekocht om statushouders, zoals [gedaagde] , daarin te huisvesten. Gemeente Almere heeft het beheer van het complex, waaronder het gehuurde valt, uit handen gegeven aan [bedrijf] . [gedaagde] heeft een huurachterstand van meer dan drie maanden laten ontstaan. Ook heeft [gedaagde] de eindafrekening van de servicekosten niet betaald. Gemeente Almere wilde daarom in eerste instantie een voorlopige voorziening tot ontruiming van het gehuurde door [gedaagde] . [1] In de hoofdzaak wilde gemeente Almere dat de huurovereenkomst zou worden ontbonden, dat de woning ontruimd zou worden en dat [gedaagde] de (huur)achterstand tot en met maart 2026, de lopende betalingsverplichting vanaf 1 maart 2026 tot de ontbinding en een gebruiksvergoeding vanaf de ontbinding tot de daadwerkelijke ontruiming zou betalen, met rente en proceskosten. [gedaagde] erkent dat er een achterstand is, maar de achterstand is ontstaan, omdat zijn uitkering was gestopt. Hij wil graag nog een kans krijgen om in de woning te blijven.
2.2
De kantonrechter geeft gemeente Almere gelijk. Dat betekent dat de huurovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden en [gedaagde] het gehuurde moet verlaten. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand tot en met maart 2026, de huur vanaf 1 april 2026 tot de ontbinding en de gebruiksvergoeding tot de daadwerkelijke ontruiming, met rente en kosten.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
3.1
Omdat [gedaagde] een consument is moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen in de overeenkomst waarop gemeente Almere zich beroept of zich zou kunnen beroepen, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze vernietigen. Gemeente Almere mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht. [2] De voor de vorderingen relevante bedingen zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De voorlopige voorziening (incident)
3.2
Gemeente Almere heeft op de zitting de voorlopige voorziening tot ontruiming van het gehuurde ingetrokken, zodat daarop niet meer beslist hoeft te worden.
De huurachterstand en de afrekening van de servicekosten
3.3
Gemeente Almere vordert betaling van de huurachterstand over de periode van juni 2025 tot en met maart 2026 en de afrekening van de servicekosten over het jaar 2024. [gedaagde] erkent dat er een huurachterstand is. Volgens [gedaagde] is er een achterstand van vier à vijf maanden. De kantonrechter wijst de gevorderde huurachterstand en de afrekening van de servicekosten over het jaar 2024 toe.
3.4
Gemeente Almere heeft haar vordering onderbouwd met stukken (zie productie 2 bij dagvaarding). Uit die stukken volgt dat de huurachterstand meer is dan wat [gedaagde] heeft gezegd, namelijk zes maanden. [gedaagde] heeft de huurtermijnen van de maanden juni 2025, juli 2025, augustus 2025, januari 2026, februari 2026 en maart 2026 niet betaald. [gedaagde] heeft geen betaalbewijzen overgelegd, waaruit blijkt dat hij de gevorderde huurtermijnen wél (deels) heeft betaald, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de gevorderde huurachterstand zoals vermeld is in de dagvaarding. De huurachterstand over de periode van juni 2025 tot en met maart 2026 is dan ook toewijsbaar. [gedaagde] heeft verder de verschuldigdheid en hoogte van de afrekening van de servicekosten niet betwist. Die afrekening is eveneens toewijsbaar.
3.5
Het voorgaande leidt er toe dat de gevorderde hoofdsom van € 5.182,28 wordt toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] het bedrag van € 5.182,28 aan gemeente Almere moet betalen.
De ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde
Vroeg signalering
3.6
De kantonrechter heeft vastgesteld dat gemeente Almere heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Het toetsingskader voor ontbinding
3.7
[gedaagde] is op grond van de huurovereenkomst verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [3] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
De tekortkoming
3.8
Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand zes maanden. Uit de actuele specificatie van de huurachterstand, die gemeente Almere voorafgaand de zitting heeft ingebracht, volgt dat de huurachterstand inmiddels is opgelopen tot acht maanden. [gedaagde] betaalt namelijk ook de lopende huurtermijnen niet. Deze tekortkoming rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
De belangenafweging
3.9
Gemeente Almere heeft een zwaarwegend belang bij om het gehuurde beschikbaar te stellen aan een andere statushouder die aangewezen is op een dergelijke woning en die zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst wel nakomt.
3.1
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij graag de woning wil behouden en graag nog een kans wil krijgen. De huur werd, tot het moment dat hij ging werken, rechtstreeks ingehouden op zijn uitkering en direct betaald aan [bedrijf] /gemeente Almere. Het restant van de uitkering werd aan hem uitbetaald. Toen [gedaagde] ging werken werd zijn uitkering gestopt/opgeschort. Door een gebrek aan het begrijpen van de Nederlandse taal alsmede geen volledige begeleiding was het [gedaagde] niet duidelijk dat zijn huur niet meer werd betaald door inhouding op zijn uitkering vanaf het moment dat zijn uitkering was stopgezet/opgeschort. Hierdoor is er een achterstand ontstaan in de betaling. Hij heeft op dit moment geen werk en/of inkomen. Daarom kan hij de huur niet betalen. Hij is nu bezig met schuldhulpverlening, de intake staat gepland in juni 2026. Ook is hij bezig met de aanvraag voor het herleven van zijn uitkering. De stukken voor de beoordeling van het herleven van zijn uitkering zijn helaas op de betreffende afdeling van de gemeente blijven liggen. De verwachting is dat daarop op korte termijn een beslissing wordt genomen. Hij verwacht dan ook dat hij met de toekenning van de uitkering met terugwerkende kracht een deel van de (huur)achterstand kan inlopen.
3.11
Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de gestelde omstandigheden, zijn deze gestelde omstandigheden onvoldoende om af te zien van de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde en wel om het volgende.
3.12
De kantonrechter vindt dat [gedaagde] onvoldoende duidelijk zijn situaties heeft onderbouwd of duidelijk heeft kunnen maken. [gedaagde] moet, ook als hij problemen heeft met zijn inkomen, de huur blijven betalen aan de verhuurder – gemeente Almere – en/of tijdig hulp gaan zoeken. [gedaagde] geeft aan enkele maanden gewerkt te hebben, maar dat strookt niet goed met de acht maanden achterstand die hij nu heeft. Wanneer [gedaagde] precies gewerkt heeft, en wanneer hij gestopt is met werken, kon [gedaagde] niet aangeven. Op de zitting heeft [gedaagde] aangegeven dat hij huurtoeslag ontvangt. Onduidelijk is – nu de toelichting daarop ontbreekt – waarom [gedaagde] niet een deel van de huurtoeslag heeft aangewend om alsnog een deel van zijn (huur)achterstand in te lopen. [gedaagde] heeft verder op de zitting geen duidelijkheid kunnen geven over hoe hij van plan is de huurachterstand in te lopen en de lopende huur te willen gaan betalen. Ook na dagvaarding is de achterstand verder opgelopen. [gedaagde] heeft alleen gezegd dat hij verwacht met de bijstandsuitkering, die hij met terugwerkende kracht meent te gaan ontvangen van de gemeente, een deel van de achterstand in te lopen. Stukken waaruit blijkt dat [gedaagde] weer een uitkering heeft aangevraagd, ontbreken echter bij de processtukken. Echter, het staat niet vast dat [gedaagde] de uitkering met terugwerkende kracht gaat krijgen en voor zover [gedaagde] wel enig bedrag met terugwerkende kracht zal ontvangen, is onduidelijk hoe hoog dat bedrag zal zijn en wanneer [gedaagde] dat bedrag zal gaan krijgen. Het aanvraagproces zou volgens [gedaagde] stilgelegen hebben, maar wat hij gedaan heeft om het aanvraagproces door te laten gaan, ontbreekt. De Gemeente Almere heeft bovendien onweersproken gesteld dat zij [gedaagde] diverse malen gewezen heeft op de achterstand, maar daarop geen reactie en/of geen betaling van [gedaagde] heeft ontvangen. De kantonrechter kan niet aan de indruk ontkomen dat [gedaagde] vanaf het moment van de eerste huurachterstand tot nu een te passieve houding aanneemt. Dat [gedaagde] de Nederlandse taal niet machtig is, kan wel zo zijn, maar gemeente Almere heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] begeleiding krijgt van Woon Fervent, die in het complex gehuisvest is en vijf dagen per week open is voor vragen en/of hulp. Voor zover [gedaagde] de brieven van gemeente Almere/ [bedrijf] over de achterstand niet heeft begrepen, had het op de weg van [gedaagde] gelegen om hulp te vragen en/of zich te wenden Woon Fervent en/of [bedrijf] en/of gemeente Almere voor toelichting en/of hulp. Dat heeft [gedaagde] kennelijk niet gedaan. [gedaagde] heeft het op zijn beloop laten gaan, waardoor de (huur)achterstand is ontstaan en nog verder is opgelopen. Dat [gedaagde] dakloos zal worden, is inherent aan de ontbinding van de huurovereenkomst en is eveneens geen reden om de ontbinding af te wijzen. Hoewel de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning voor [gedaagde] ingrijpend is, is het niet aannemelijk geworden dat [gedaagde] daardoor in een noodsituatie terecht komt.
3.13
Op grond van het voorgaande wegen de door [gedaagde] aangevoerde belangen bij het behoud van de woning niet op tegen het belang van gemeente Almere bij ontbinding van de huurovereenkomst.
De ontbinding van de huurovereenkomst
3.14
In dit geval is sprake van een schending van een voortdurende verplichting uit de huurovereenkomst en de wet. Nakoming is wat betreft het verleden blijvend onmogelijk. Daarom is voor ontbinding geen verzuim vereist. De kantonrechter wijst de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst dan ook toe.
De ontruimingstermijn
3.15
De ontbinding van de huurovereenkomst heeft tot gevolg dat [gedaagde] het gehuurde moet ontruimen en verlaten. [gedaagde] krijgt daarvoor een termijn van veertien dagen. Die termijn van veertien dagen begint te lopen nadat dit vonnis door de deurwaarder aan [gedaagde] is uitgereikt.
De lopende termijnen tot ontbinding en de gebruiksvergoeding vanaf ontbinding
3.16
Gemeente Almere wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 678,89, te rekenen vanaf 1 maart 2026 tot de ontbinding van de huurovereenkomst. Ook wil gemeente Almere dat [gedaagde] een gebruiksvergoeding gelijk aan de huurprijs per maand betaalt vanaf de ontbinding van de huurovereenkomst tot de daadwekelijke ontruiming. Deze vorderingen worden toegewezen, met uitzondering van de maand maart 2026, omdat die maand al is meegenomen in de toegewezen hoofdsom (zie r.o. 3.4. en r.o. 3.5.).
De wettelijke rente
3.17
Gemeente Almere vordert wettelijke rente over de openstaande huurtermijnen en de servicekostenafrekening. [gedaagde] heeft de wettelijke rente niet betwist. De kantonrechter wijst de wettelijke rente toe.
3.18
[gedaagde] is namelijk te laat met het betalen van de huurtermijnen en de afrekening van de servicekosten en is daarmee in verzuim komen te verkeren. [gedaagde] is daarom de wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals is gevorderd.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.19
Gemeente Almere maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 634,11. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Gemeente Almere heeft aan [gedaagde] aanmaningen gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Gemeente Almere heeft bij dagvaarding een hoger bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd dan het bedrag dat vermeld is in haar laatste veertiendagenbrief van 19 november 2025 (zie productie 8 bij dagvaarding). De kantonrechter wijst daarom de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten toe tot het bedrag van € 467,76.
De proceskosten en de wettelijke rente daarover
3.2
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van gemeente Almere worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.576,02
3.21
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De uitvoerbaar bij voorraad verklaring
3.22
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat gemeente Almere het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van gemeente Almere om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd onder 3.9. tot en met 3.13. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van gemeente Almere zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] . Daarom wordt het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst voor de woning aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] per 24 juni 2026,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hem toebehoren en niet aan gemeente Almere, en om deze woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van gemeente Almere te stellen,
4.3
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan gemeente Almere van:
- € 5.182,28 aan huurachterstand tot en met maart 2026 en de afrekening servicekosten over het jaar 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf vervaldatum van de betreffende (huur)facturen tot de dag waarop alles is betaald,
- € 467,76 aan buitengerechtelijke incassokosten,
- de maandelijkse huurprijs van € 855,48 vanaf 1 april 2026 tot en met 24 juni 2026,
- een bedrag gelijk aan de maandelijkse huurprijs vanaf 24 juni 2026 tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente over elke niet (tijdig) betaalde huurtermijn dan wel vergoeding vanaf de eerste dag van de betreffende maand tot de dag van betaling,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.576,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
HHt/37278

Voetnoten

1.artikel 223 van Pro het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)
2.ECLI:EU:C:2021:68
3.Artikel 6:265 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)