Uitspraak
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van [partij 2] van 7 april 2026;
- de akte overlegging producties van [partij 2] van 22 april 2026;
- de incidentele conclusie strekkende tot een voorlopige voorziening ex artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [partij 2] van 22 april 2026;
- de brief van mr. Bakker van 23 april 2026.
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
22 juli 2026 te 11.00 uur