ECLI:NL:RBMNE:2026:3980

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
5 juli 2026
Zaaknummer
12042328 \ MC EXPL 26-28
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering wegens door werknemer zelf opgezegde arbeidsovereenkomst

De werknemer trad op 12 oktober 2024 in dienst bij de werkgever. Zij vorderde salaris vanaf 17 oktober 2025, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, omdat zij meende recht te hebben op loon na die datum.

De werkgever stelde dat de werknemer de arbeidsovereenkomst per 6 oktober 2025 had opgezegd, waardoor zij geen recht meer had op salaris vanaf 17 oktober 2025. De kantonrechter volgde deze stelling en wees de loonvordering af.

De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige wilsverklaring tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst had gedaan, zoals blijkt uit een schriftelijke opzegging en ondersteunende Whatsapp-berichten. De werknemer had de opzegging niet gemotiveerd betwist.

De arbeidsovereenkomst eindigde daarom per 6 oktober 2025. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de werkgever.

Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen omdat de werknemer de arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd per 6 oktober 2025.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12042328 \ MC EXPL 26-28
Vonnis van 24 juni 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G.J.A.M. Gloudi, advocaat in Lelystad,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] BV,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
(inmiddels) vertegenwoordigd door de heer [gemachtigde 1] , directeur.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [eiseres] met de producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] met de producties 1 tot en met 5;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van [eiseres] met aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De kantonrechter heeft bepaald dat uiterlijk 1 juli 2026 vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

De kern van de zaak
2.1
[eiseres] is op 12 oktober 2024 in dienst getreden als [functie] bij [gedaagde] . In deze procedure vordert [gedaagde] salaris vanaf 17 oktober 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] daar geen recht op omdat zij de arbeidsovereenkomst per 6 oktober 2025 heeft opgezegd. De kantonrechter volgt die stelling en wijst de vordering van [eiseres] af. [eiseres] moet de proceskosten betalen.
[eiseres] heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd per 6 oktober 2025 (en heeft daarom geen recht meer op salaris)
2.2
Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] de overeenkomst op 30 september 2025 per 6 oktober 2025 opgezegd. De kantonrechter volgt die stelling. Hierna wordt uitgelegd waarom.
2.3
Voor een rechtsgeldige opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werknemer is in het algemeen nodig dat de werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige op beëindiging gerichte wilsverklaring heeft geuit. Een werkgever moet hier voorzichtig mee omgaan en moet ervan overtuigd zijn dat de werknemer echt wil stoppen.
2.4
[gedaagde] verwijst naar een schriftelijk stuk waarin staat:

Onderwerp: opzeggen arbeidscontract
Geachte heer [gemachtigde 2] ,
Sinds 12 oktober 2024 ben ik bij u in dienst in de functie van [functie] .
Zoals besproken, zeg ik hierbij mijn arbeidsovereenkomst op. Vanaf 06-10-2025 ben
ik niet meer in dienst. Ik houd hierbij rekening met mijn opzegtermijn.
Ik maak graag met u een afspraak over het inleveren van de bedrijfseigendommen. Daarnaast verzoek ik u mij binnen 30 dagen na het einde van mijn arbeidscontract de eindafrekening te sturen.
Graag ontvang ik uw schriftelijke bevestiging van deze opzegging.
Met vriendelijke groet,
[eiseres]
2.5
Volgens [gedaagde] hebben partijen in september 2025 een discussie gehad over een door [eiseres] gewenste vakantie in oktober 2025. [gedaagde] stelt dat zij geen toestemming gaf voor de vakantie omdat [eiseres] te weinig vakantie-uren had, maar dat [eiseres] vasthield aan haar plan om op vakantie te gaan. [gedaagde] stelt dat zij toen heeft voorgesteld dat [eiseres] dan uit dienst moest gaan zodat ze op vakantie kon. [gedaagde] vond de opstelling van [eiseres] onwenselijk want er was in de zomer van 2024 ook al gedoe rondom een (te lange) vakantie van [eiseres] . Partijen hebben vervolgens het stuk onder 2.4. gezamenlijk opgesteld. Deze gang van zaken wordt door [eiseres] niet gemotiveerd weersproken. Voor het verhaal van [eiseres] dat [gedaagde] het stuk al aan het begin van de arbeidsovereenkomst heeft opgesteld en toen door [eiseres] heeft laten tekenen om het later tegen haar te kunnen gebruiken en dat [gedaagde] de datum van 6 oktober 2025 later met de hand heeft toegevoegd, zijn geen aanwijzingen. De stellingen van [gedaagde] worden bovendien ondersteund door Whatsapp-berichten. Hierin refereert [gedaagde] op 6 november 2025 aan een door [eiseres] ondertekende opzegging voordat zij op vakantie ging. Wanneer van een opzegging van [eiseres] geen sprake zou zijn geweest had het voor de hand gelegen dat zij naar aanleiding van de Whatsapp-berichten hierover vragen had gesteld of opmerkingen had gemaakt.
2.6
Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat in het onderhavige geval sprake is geweest van een duidelijke en ondubbelzinnige op beëindiging gerichte wilsverklaring van [eiseres] . Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 6 oktober 2025. Het gevorderde salaris vanaf 17 oktober 2025 en de bijbehorende nevenvorderingen worden daarom afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.7
[eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten (waaronder de nakosten). Deze worden aan de kant van [gedaagde] begroot op
€ 288,00 aan gemachtigdensalaris (1 punt x tarief € 288,00). [gedaagde] werd bij het nemen van de conclusie van antwoord bijgestaan door een gemachtigde. Daarnaast moet [eiseres] de eventuele kosten van betekening van dit vonnis betalen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
wijst de vordering van [eiseres] af;
3.2
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] van
€ 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
13702