Uitspraak
1.OHRA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
2.
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP U.A.,
Rechtbank Midden-Nederland
Ohra Zorgverzekeringen heeft [gedaagde] gedagvaard wegens het niet betalen van het verplichte eigen risico van € 385,00 en een eigen bijdrage van € 24,94 voor haar minderjarige zoon over het jaar 2024. [gedaagde] erkent het eigen risico, maar betwist de eigen bijdrage voor haar zoon en de proceskosten.
De kantonrechter oordeelt dat de eigen bijdrage voor minderjarigen wel verschuldigd is, omdat artikel 2.17 lid 2 van het Besluit Zorgverzekering alleen ziet op het eigen risico en niet op de eigen bijdrage. De door [gedaagde] overgelegde betaalbewijzen betreffen premies en eerdere betalingsregelingen en worden niet in mindering gebracht op de vordering.
Verder wijst de kantonrechter het verweer af dat de dagvaarding onterecht was vanwege een lopende betalingsregeling, omdat deze definitief was komen te vervallen. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid voor matiging van de proceskosten wordt verworpen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 409,94 en de proceskosten van € 527,14 plus eventuele kosten van betekening.
Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van het verplichte eigen risico, de eigen bijdrage voor haar minderjarige zoon en de proceskosten.