ECLI:NL:RBMNE:2026:4002

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
UTR 25/5849
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verordening op de heffingen en invordering van leges 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen legesaanslag voor aanvraag vooroverlegplan mini glamping

Eiseres wilde een mini glamping realiseren en diende een aanvraag voor een vooroverlegplan in bij de gemeente Stichtse Vecht. De gemeente legde een legesaanslag van €4.815,10 op voor de behandeling van deze aanvraag. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de heffingsambtenaar.

Eiseres stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank stelde vast dat er voorafgaand aan de aanvraag uitgebreid contact was geweest tussen eiseres en de gemeente, waarbij informatie over de procedure en de kosten was verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het voortraject niet onduidelijk was en dat eiseres daadwerkelijk een aanvraag had ingediend.

De rechtbank concludeerde dat de leges terecht in rekening zijn gebracht, omdat de gemeente onderzoek had verricht naar de mogelijkheden op het perceel en de leges zijn gebaseerd op de geldende Verordening leges gemeente Stichtse Vecht 2024. Omdat de beroepsgronden niet slaagden, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag voor het vooroverlegplan is ongegrond verklaard en de leges zijn terecht geheven.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5849
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. S.C.M. Suijkerbuijk),
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder,

(gemachtigde: mr. R.S.L. Orie)

Procesverloop

1. De heffingsambtenaar heeft op 1 april 2025 aan eiseres de aanslag in leges van € 4.815,10 opgelegd (de aanslag) voor het in behandeling nemen van een aanvraag vooroverlegplan. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag.
1.1
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 25 augustus 2025 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.2
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door [A] en de gemachtigde van eiseres. De gemachtigde van de heffingsambtenaar is niet verschenen.
1.4
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

3.1
De rechtbank stelt vast dat eiseres een mini glamping aan de [adres] in [plaats] (gemeente Stichtse Vecht) wilde realiseren en daarom in contact is getreden met de gemeente Stichtse Vecht (de gemeente). Tussen eiseres en een ambtenaar van de gemeente heeft uitgebreid contact per e-mail plaatsgevonden vanaf juli 2024. In het e-mailbericht van 6 september 2024 aan eiseres geeft de ambtenaar informatie over een omgevingsvergunning strijdig gebruik (een buitensplanse omgevingsplanactiviteit, BOPA), de wetgeving en kosten. Met het e-mailbericht van 11 september 2024 wordt aan eiseres informatie gegeven over de procedure van het vooroverlegplan, de behandeltermijn en het bedrag aan leges (kosten, € 4.815,10) voor een vooroverlegplan. Er wordt met een link verwezen naar de legesverordening. Eiseres heeft vervolgens op 14 oktober 2024 een aanvraag vooroverlegplan ingediend.
3.2 De rechtbank overweegt dat uit de Verordening leges gemeente Stichtse Vecht 2024 (hierna: de Verordening) volgt dat als iemand een aanvraag indient, deze in behandeling wordt genomen en dat degene dan leges is verschuldigd. [1] Het bedrag is vastgelegd in de tarieventabel die deel uitmaakt van de Verordening. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres de gemeente na het indienen van de aanvraag heeft geïnformeerd dat de aankoop van het perceel alsnog niet doorging, zodat de gemeente de mogelijkheid zou hebben gehad om de aangevraagde werkzaamheden niet uit te voeren en wellicht niet het (volledige bedrag aan) leges in rekening had hoeven te brengen. Uit de brief van 6 februari 2025 blijkt dat de gemeente daadwerkelijk diverse onderzoeken heeft verricht naar de mogelijke haalbaarheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning.
3.3
Naar het oordeel van de rechtbank was het voortraject niet zo onduidelijk dat eiseres hierdoor op het verkeerde been is gezet. Eiseres heeft daadwerkelijk een aanvraag gedaan en de gemeente heeft daadwerkelijk onderzoek verricht naar de mogelijkheden op het perceel. Het verschuldigde bedrag aan leges volgt uit de Verordening. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de heffingsambtenaar de leges terecht in rekening heeft gebracht. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Daarom bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr.R. van Manen, griffier in het openbaar op 19 juni 2026.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 2 van Pro de Verordening op de heffingen en invordering van leges 2024.