Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Centrada,
- de pleitnota van [gedaagde partij] .
Rechtbank Midden-Nederland
WOONSTICHTING CENTRADA vordert ontruiming van een sociale huurwoning die door [gedaagde partij] wordt gehuurd, omdat zij meent dat deze woning niet als hoofdverblijf wordt gebruikt maar als opslagruimte. Centrada baseert dit op huisbezoeken, een onderzoek met tandenstokers bij de voordeur, verklaringen van buren en laag energieverbruik.
De kantonrechter oordeelt dat Centrada onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming, mede gelet op het langdurige huurcontract sinds 2011 en de kwetsbare gezondheid van [gedaagde partij]. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden, omdat [gedaagde partij] maatregelen heeft getroffen om de woning bewoonbaar te maken en feitelijke gegevens heeft verstrekt ter onderbouwing van zijn hoofdverblijf.
De rechtbank verklaart Centrada niet-ontvankelijk in haar vordering tot ontruiming en veroordeelt haar in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de terughoudendheid bij ontruiming in kort geding vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen voor de huurder.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van ontbinding van de huurovereenkomst.