ECLI:NL:RBMNE:2026:401
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toekenning proceskostenvergoeding na gewijzigd UWV-besluit
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV op 20 januari 2026 het oorspronkelijke besluit heeft vervangen door een gewijzigd besluit, waarin verzoekster recht krijgt op een uitkering volgens de IVA vanaf 9 november 2022.
De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoekster om proceskostenvergoeding en wijst dit gedeeltelijk toe. De kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vastgesteld op €1.868,-. Daarnaast is een vergoeding toegekend voor de kosten van een ingeschakelde deskundige, waarbij de rechtbank een maximumtarief van €154,50 per uur hanteert en een vergoeding van 15 uur toekent, wat inclusief btw neerkomt op €2.804,20.
De totale proceskostenvergoeding die het UWV moet betalen bedraagt daarmee €4.672,20. Het griffierecht van €51,- dient verzoekster rechtstreeks bij het UWV te verhalen. De rechtbank doet deze uitspraak zonder zitting en wijst erop dat partijen binnen zes weken verzet kunnen instellen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.672,20 aan proceskosten aan verzoekster na gedeeltelijke tegemoetkoming in het beroep.