Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. F. Koolhof;
- de advocaat van [verdachte] : mr. D.G. Nagel (hierna: de advocaat);
- de ouders van [verdachte] ;
- mevrouw [A] , jeugdreclasseringswerker van Samen Veilig.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 23 juni 2026;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 21 februari 2026 met in de bijlage de letselfoto
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2026 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen gijzeling;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
hij op of omstreeks 21 februari 2026 te Zeewolde
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] en/of een derde toebehoorde(n), door:
- een (vuur)wapen op die [slachtoffer 1] te richten, en/of
- te zeggen: "Maak dat ding open" en (daarbij) naar de cashbox te wijzen, en/of
- te zeggen: "Snel, schiet op, doe het geld erin!" en/of een tas op de balie te leggen, waarna die [slachtoffer 1] geldbriefjes in de tas heeft gestopt, en/of
- (daarna) te zeggen: "hij hoeft niet op slot, maak die kassa open" en/of "alleen de briefjes van 50, 20 en 10", waarna die [slachtoffer 1] de kassa heeft geopend en/of geldbriefjes in de tas heeft gestopt, en/of
- met de tas in de richting van de uitgang van de winkel te lopen;
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] , in elk geval aan een derde toebehoorde(n)
- een (vuur)wapen op die [slachtoffer 1] heeft gericht, en/of
- heeft gezegd: "Maak dat ding open" en (daarbij) naar de cashbox heeft gewezen, en/of
- heeft gezegd: "Snel, schiet op, doe het geld erin!" en/of een tas op de balie heeft gelegd, waarna die [slachtoffer 1] geldbriefjes in de tas heeft gestopt, en/of
- (daarna) heeft gezegd: hij hoeft niet op slot, maak die kassa open" en "alleen de briefjes van 50, 20 en 10", waarna die [slachtoffer 1] de kassa heeft geopend en/of geldbriefjes in de tas heeft gestopt, en/of
- met de tas in de richting van de uitgang van de winkel is gelopen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 21 februari 2026 te Zeewolde
[slachtoffer 2] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 2] met een wapen, in elk geval met
zijn hand, in het gezicht te slaan.