Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
einduitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaken tussen
Stichting Accuraat Begeleid Wonen, gevestigd in Amsterdam, eiseres
[derde partij 1]en
[derde partij 2] B.V.te [plaats]
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Accuraat Begeleid Wonen en het college van burgemeester en wethouders van Almere over het gebruik van een pand voor begeleid wonen, dat volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Het college legde een last onder dwangsom op om het gebruik te beëindigen, omdat het pand een geluidsgevoelige functie heeft die niet past binnen de bestemming.
De rechtbank oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het gebruik niet binnen de functieaanduiding maatschappelijk - gezondheidszorg valt. Het college kreeg de gelegenheid dit te herstellen, wat het deed door aanvullende motivering en bijlagen te overleggen.
De rechtbank stelt vast dat het college terecht vasthoudt aan de kwalificatie van het gebruik als begeleid wonen en niet als gezondheidszorg, maar dat dit oordeel niet opnieuw ter discussie mag worden gesteld in deze herstelprocedure. De rechtbank volgt het college in de beoordeling dat het pand een geluidsgevoelige functie heeft en dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat de vergelijkingen met andere panden niet opgaan.
De rechtbank vindt de verhoging van de dwangsom gerechtvaardigd gezien recidive en overlast, en acht de begunstigingstermijn voldoende. De beroepen worden gegrond verklaard wegens het eerdere gebrek, maar omdat het college dit heeft hersteld, blijven de rechtsgevolgen van de besluiten in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de besluiten, maar laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.