Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2026 in de zaken tussen
[eiseres] h.o.d.n. [handelsnaam] , uit [plaats] , eiseres
De burgemeester van de gemeente Stichtse Vecht
Als derde-partij neemt aan de zaak UTR 25/4090 deel: [derde partij] uit [plaats]
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Waarom heeft de burgemeester de vergunningen ingetrokken dan wel geweigerd?
gericht op samenwerkingbestaat. Het is daarnaast niet aangevoerd of gebleken dat X enige zeggenschap heeft over de onderneming en ook niet dat hij een financieel belang heeft in de onderneming. Daar komt nog bij dat – voor zover al gesproken zou kunnen worden van een zakelijk samenwerkingsverband – door eiseres is verklaard dat zij de arbeidsovereenkomst met X heeft ontbonden toen zij op de hoogte raakte van zijn strafrechtelijk verleden. In zoverre moet enig samenwerkingsverband inmiddels als verbroken worden beschouwd. Er is bovendien geen aanleiding in de stukken om aan te nemen dat X vanaf het moment van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst nog enige bemoeienis heeft gehad met [handelsnaam] . De burgemeester heeft deze omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bij zijn motivering betrokken.
De vermoedelijke overtredingen van eiseres zelf
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.B.L. Kosterman-Meijer, griffier.