ECLI:NL:RBMNE:2026:4047

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
C/16/605517 / FL RK 26-75
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Europese BewijsverordeningArt. 22 lid 2 Europese Bewijsverordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over terugbetaling voorgeschoten kosten DNA-onderzoek in vaderschapsprocedure Portugal

In een procedure tot vaststelling van het vaderschap van een minderjarige in Portugal heeft het verzoekende gerecht via de rechtbank Midden-Nederland verzocht om DNA-materiaal af te nemen bij de man en dit te verzenden voor onderzoek. De rechtbank ontving het verzoek op 23 december 2025 en heeft de man op 25 maart 2026 bevolen mee te werken aan de DNA-afname.

De DNA-afname vond plaats en het materiaal werd verzonden naar het Portugese gerecht. De kosten van €131,42 voor het DNA-onderzoek en transport werden door het Landelijk Dienstcentrum voor de Rechtspraak voorgeschoten. De rechtbank stelt vast dat aan het verzoek is voldaan en dat de procedure in Nederland daarmee eindigt.

De rechtbank bepaalt dat het verzoekende gerecht in Portugal de voorgeschoten kosten moet terugbetalen. De procedure wordt hiermee beëindigd. De beschikking is op 24 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter E.G. de Jong.

Uitkomst: Het verzoekende gerecht moet de voorgeschoten kosten van €131,42 voor het DNA-onderzoek terugbetalen; de procedure wordt beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/605517 / FL RK 26-75
Bewijsverordening
Beschikking van 24 juni 2026
op het op 23 december 2025 bij deze rechtbank ingekomen en aan deze beschikking gehechte verzoek op grond van artikel 5 van Pro de Europese Bewijsverordening (Verordening (EU) 2020/1783 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020) van:
TRIBUNAL JUDICIAL DA COMARCA DE SANTARÉM, JUÍZO DE FAMÍLIA E MENORES DE TOMAR(de districtsrechtbank inzake familie- en jeugdzaken),
gevestigd in Tomar, Portugal,
hierna te noemen: het verzoekende gerecht,
in de zaak van:
MINISTÉRIO PÚBLICO,
gevestigd te Tomar, Portugal,
hierna te noemen: het Openbaar Ministerie,
tegen:
[de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man.

1.De procedure tot nu toe

1.1
De rechtbank heeft op 23 december 2025 het verzoekschrift in de vorm van Formulier A, met bijlagen, ontvangen.
1.2
In verband met een aanhangige procedure in Portugal in de zaak ter vaststelling van het vaderschap van de man over
[minderjarige], geboren op
[geboortedatum] 2021, vraagt het verzoekende gerecht om biologisch materiaal (speekselmonsters) af te nemen bij de man voor DNA-onderzoek en om het speekselmonster te verzenden aan het verzoekende gerecht, om vast te stellen of uit te sluiten of de man de biologische vader van [minderjarige] is. In dat kader heeft het verzoekende gerecht ook een DNA-kit meegezonden die kan worden gebruikt.
1.3
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 een mondelinge behandeling gepland. De man heeft bij bericht van 18 februari 2026 aan de rechtbank laten weten niet naar de zitting te komen en in deze procedure niet te willen verklaren.
1.4
Bij beschikking van 25 maart 2026 heeft de rechtbank, voor zover van belang en samengevat:
  • de man bevolen om binnen twee weken contact op te nemen met Verilabs om een afspraak te maken voor afname van zijn DNA-materiaal;
  • Verilabs verzocht om biologisch materiaal (wangslijmvlies) bij de man af te nemen en dit, na vaststelling van de identiteit van de man aan de hand van zijn legitimatiebewijs en onder meezending van bewijsstukken van de identiteit van de man (een kopie van zijn legitimatiebewijs en een foto van de man), op te sturen naar de rechtbank van het arrondissement Santarém (Portugal);
  • bepaald dat de deskundige, zodra dat mogelijk is, een opgave van de kosten van de deskundige verzendt aan de griffie van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad;
  • bepaald dat de kosten van de deskundige voorlopig worden voorgeschoten door het Landelijk Dienstcentrum voor de Rechtspraak (LDCR).

2.De verdere beoordeling

2.1
De rechtbank heeft op 18 mei 2026 een bericht gekregen van Verilabs waaruit blijkt dat het DNA-materiaal bij de man is afgenomen en dit is opgestuurd naar het verzoekende gerecht. De rechtbank stelt vast dat daarmee aan het verzoek van het verzoekende gerecht is voldaan en de procedure in Nederland daarmee eindigt.
2.2
De rechtbank heeft op 18 mei 2026 ook een factuur ontvangen voor de door Verilabs verrichte werkzaamheden (rechtsgeldige DNA-afname voor een extern lab) en de transportkosten (DHL), welke in totaal € 131,42 bedraagt.
2.3
De kosten van het DNA-onderzoek zijn uit ’s Rijks kas voorgeschoten. Omdat is voldaan aan het verzoek van het verzoekende gerecht, zal de rechtbank bepalen dat het verzoekende gerecht de gemaakte kosten van € 131,42 moet terugbetalen. [1] De rechtbank zal hiervoor via het LDCR een factuur met betaalinstructies aan het verzoekende gerecht sturen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
geeft het verzoekende gerecht opdracht om de voorgeschoten kosten van € 131,42 van het DNA- te voldoen, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 2.3. is overwogen;
3.2
beschouwt de procedure als beëindigd.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.G. de Jong, rechter in samenwerking met mr. F.M. de Hart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 22 lid 2 van Pro de Bewijsverordening