ECLI:NL:RBMNE:2026:4056
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woning in woonwijk
Eiseres betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar woning aan een adres in een woonwijk, vastgesteld op € 881.000,- per 1 januari 2024. Na bezwaar is deze waarde gehandhaafd, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen in de buurt zijn opgenomen. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar op inzichtelijke wijze rekening heeft gehouden met verschillen.
Eiseres voerde aan dat de ligging nadelig is door nabijheid van een distributiecentrum, snelweg en recreatiestrand met criminele activiteiten, en dat de woning in een verkeerd waardegebied is ingedeeld. De rechtbank volgt deze argumenten niet, omdat de heffingsambtenaar deze omstandigheden voldoende heeft meegewogen en de woning niet op het industrieterrein ligt.
Ook het argument dat het achterste deel van het perceel weiland is en een lagere grondwaarde zou moeten krijgen, wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 881.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.