ECLI:NL:RBMNE:2026:4058
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van prematuur beroep tegen niet tijdig beslissen bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Het bezwaarschrift werd op 27 november 2025 ontvangen. Verweerder stelde eiseres bij brief van 30 april 2026 in gebreke, welke brief op 6 mei 2026 werd ontvangen.
Eiseres diende vervolgens op 18 mei 2026 beroep in, binnen twee weken na de ingebrekestelling. Volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas worden ingesteld nadat twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het beroep te vroeg is ingediend en daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 17 juni 2026 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.