Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden.
5.Straf
- een taakstraf van 200 uur en
- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat de gevangenisstraf
- stelt daarbij een
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis;
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 23.195,85, bestaande uit € 3.195,85 aan materiële schadevergoeding en € 20.000,- aan immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 135 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
een proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende aanvullende informatie van de aangever [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende contact slachtoffer [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant 1] , zakelijk weergegeven:
Ik zag een zwarte autosleutel op tafel liggen. Ik vroeg van wie de sleutel was. Ik