Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. S.K. Lanning-Stein;
- de advocaat van de verdachte: mr. L.J.B.G. van Kleef (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. M.C. van Megen.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 2 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 23.195,85, bestaande uit € 3.195,85 aan materiële schadevergoeding en € 20.000,- aan immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 135 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
voorlopige hechtenis
een proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende aanvullende informatie van de aangever [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende contact met slachtoffer [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Ik zag een zwarte autosleutel op tafel liggen. Ik vroeg van wie de sleutel was. Ik