ECLI:NL:RBMNE:2026:4072

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/16/607392 / FO RK 26-227
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:19d lid 2 BWArt. 1:26 IVBPRArt. 1 lid 2 Protocol 12 EVRMArt. 1:28 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging geslachtsregistratie naar non-binair en voornaamswijziging toegewezen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van een persoon geboren in 1997 om de geslachtsregistratie op de geboorteakte te wijzigen van mannelijk naar 'X' en de voornaam te wijzigen. Hoewel er geen wettelijke basis bestaat voor een non-binaire geslachtsaanduiding, besloot de rechtbank het verzoek toe te wijzen op grond van een duurzame overtuiging en het belang van de verzoeker.

De verzoeker heeft een diagnose genderdysforie en ervaart stress door de huidige mannelijke registratie. De rechtbank oordeelde dat een deskundigenverklaring niet noodzakelijk is voor non-binaire genderidentiteit en dat de verzoeker goed heeft nagedacht over de impact van de wijziging.

De rechtbank baseerde zich op eerdere jurisprudentie, waaronder uitspraken van de Hoge Raad en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die analoog toepassing gaven aan bepalingen in het Burgerlijk Wetboek en het EVRM. De wijziging van het geslacht heeft geen invloed op bestaande familierechtelijke betrekkingen.

De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de geboorteakte aan te passen zodra de beschikking onherroepelijk is. Het verzoek om onmiddellijke uitvoerbaarheid is afgewezen. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van geslacht naar 'X' en voornaamswijziging wordt toegewezen ondanks het ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/607392 / FO RK 26-227
Wijziging geslacht naar ‘X’ en voornaamswijziging
Beschikking van 10 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonend in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Amersfoort ,
hierna te noemen: de ABS.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift met bijlagen van [verzoeker] , binnengekomen op 23 februari 2026;
  • het bericht van de ABS van 20 april 2026.
1.2
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 13 mei 2026. Daarbij waren aanwezig [verzoeker] en diens advocaat. Namens de gemeente Amersfoort is (na afmelding) niemand verschenen.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
[verzoeker]is geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] .
2.2
Van de geboorte van [verzoeker] is op [geboortedatum] 1997 een geboorteakte opgemaakt met nummer [nummer] . Deze akte is ingeschreven in het geboorteregister van de gemeente Amersfoort van het jaar 1997.
2.3
Op de geboorteakte staat vermeld dat [verzoeker] van het geslacht M (mannelijk) is.
2.4
[verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.5
[verzoeker] verzoekt de rechtbank:
I. de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren, in die zin dat bij geslacht wordt vermeld ‘X’,
II. de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [voornaam] ’.
2.6
De ABS heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.De beoordeling

Voornaamswijziging
3.1
De rechtbank wijst het verzoek toe en zal opdracht geven aan de ABS om de voornaam van [verzoeker] te wijzigen in ‘ [voornaam] ’. [verzoeker] heeft namelijk duidelijk gemaakt dat die een zwaarwegend belang heeft bij de voornaamswijziging. Daarnaast zijn de gevraagde voornamen niet ongepast en geen geslachtsnaam. [1]
3.2
Zodra deze beslissing onherroepelijk is, zal de ABS de geboorteakte van [verzoeker] aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte).
Wijziging geslacht op de geboorteakte
Conclusie
3.3
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] toewijzen en dit hierna toelichten.
Het juridisch kader
3.4
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen en daarbij een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte in de vorm van een ‘X’.
3.5
De rechtbank overweegt dat het in beginsel aan de wetgever is om een voorziening te treffen die het mogelijk maakt om een non-binaire geslachtsidentiteit op te nemen in de geboorteakte. De rechtbank overweegt verder dat zolang er geen wetgeving is, in deze concrete zaak, aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval moet worden beslist, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 4 maart 2022. [2]
3.6
Na deze uitspraak van de Hoge Raad hebben meerdere rechtbanken en gerechtshoven verzoeken tot wijziging van de geslachtsregistratie in een geboorteakte naar een ‘X’ of een andere niet binaire aanduiding toegewezen. In diverse uitspraken zijn de artikelen 1:28 BW tot en met 1:28c BW naar analogie toegepast. Zo overweegt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in de beschikking van 15 september 2022 [3] dat, doordat in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW niet wordt voorzien in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding, een ongerechtvaardigd onderscheid wordt gemaakt tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijke geslachtsaanduiding te vallen (non-binair). Het hof anticipeert op de te verwachten wetgeving over genderneutrale geslachtsaanduiding en wijst het verzoek tot wijziging van het geslacht in een genderneutrale aanduiding toe.
3.7
Naast analoge toepassing van de artikelen 1:28 BW tot en met 1:28c BW wordt in diverse uitspraken benoemd dat, door te anticiperen op de te verwachten wetgeving, uitvoering wordt gegeven aan de uit artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) voortvloeiende positieve verplichting van de Staat de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen aan het (neutrale) geslacht waartoe iemand volgens diens vaste overtuiging behoort. Uit de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) [4] van 31 januari 2023 volgt dat het EVRM deze positieve verplichting niet oplegt aan de Staat en is het aan de Staat om tot een eigen afweging te komen.
3.8
Ondanks dat de afgelopen jaren meerdere initiatieven voor wetgeving zijn genomen, is op korte termijn geen zicht op de totstandkoming van een wettelijke regeling. Naar aanleiding van recente prejudiciële vragen [5] over het verloop van het wetgevingsproces heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan en onder verwijzing naar de eerdere beslissing van 4 maart 2022 opnieuw afgezien van het beantwoorden van de prejudiciële vragen. Volgens de Hoge Raad blijkt uit de ontwikkelingen sinds maart 2022 dat het onderwerp de aandacht van het parlement en de regering heeft behouden en die ontwikkelingen vormen geen aanleiding om nu anders te beslissen.
3.9
De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een wettelijke regeling om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen naar een non-binaire variant, betekent dat non-binaire personen niet de mogelijkheid hebben om zelf te beschikken over de registratie van hun geslacht. Dit is anders dan voor personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren. Voor hen geldt namelijk dat er wel een wettelijke regeling bestaat om het geslacht te wijzigen van man naar vrouw, of van vrouw naar man. [6] Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een onderscheid op naar geslacht, zoals bedoeld in artikel 26 van Pro het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van Pro het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat niet objectief en redelijkerwijs kan worden gerechtvaardigd en om die reden ongeoorloofd is. [7] De rechtbank zal daarom beslissen aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek.
De zaak van [verzoeker]
3.1
heeft in een schriftelijke verklaring en op de mondelinge behandeling toegelicht dat de vermelding van het mannelijke geslacht op de geboorteakte (en daarmee ook diens paspoort) niet in overeenstemming is met de innerlijke genderbeleving van [verzoeker] . [verzoeker] heeft verklaard dat bij hen in december 2024 de diagnose genderdysforie is vastgesteld. In juni 2025 is [verzoeker] gestart met hormonen om zo een meer genderneutraal uiterlijk te krijgen. [verzoeker] voelt zich daar erg prettig bij. Ook gebruikt [verzoeker] al twee jaar de voornaam ‘ [voornaam] ’ omdat de confrontatie met zijn oude voornaam zorgde voor veel stress. Als [verzoeker] veel stress ervaart dan kan dit zorgen voor dissociatieve episodes en paniekaanvallen. [verzoeker] voelt zich verder al langere tijd niet comfortabel bij het mannelijke geslacht. [verzoeker] heeft met name last van de verwachtingen en beperkingen die bij een geslacht horen. De registratie van het mannelijke geslacht zorgt bij [verzoeker] voor veel stress. Bij verschillende instanties loopt [verzoeker] er namelijk tegenaan dat die met een mannelijk voornaamwoord wordt aangesproken. Dit voelt persoonlijk en kwetsbaar voor [verzoeker] . De wijziging van de vermelding van het geslacht op de geboorteakte zou voor [verzoeker] veel rust opleveren en een erkenning zijn van diens genderidentiteit.
3.11
[verzoeker] heeft geen deskundigenverklaring overgelegd, zoals dit in de wet is voorgeschreven voor transgenderpersonen en voor personen waarvan het geslacht niet kan worden vastgesteld. [8] [verzoeker] heeft in diens verzoekschrift gesteld dat die een non-binaire genderbeleving heeft die alleen door [verzoeker] zelf kan worden vastgesteld waardoor het overleggen van een deskundigenverklaring overbodig is.
3.12
De rechtbank is van oordeel dat de beleving noch tot het mannelijke noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren, geen gegeven is waarvoor een deskundige moet worden aangewezen om dat te kunnen vaststellen. De rechtbank zal beoordelen of in deze situatie kan worden vastgesteld dat het besluit duurzaam is en niet lichtzinnig is genomen. Op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van [verzoeker] tijdens de zitting, stelt de rechtbank vast dat bij [verzoeker] sprake is van een doorleefde overtuiging noch tot het mannelijke, noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door [verzoeker] uitgedragen in contacten met derden. Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoeker] goed heeft nagedacht over de impact van het verzoek om een neutrale geslachtsregistratie. De rechtbank vindt het overleggen van een deskundigenverklaring dan ook niet nodig.
3.13
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voldoende gebleken is dat [verzoeker] goed heeft nagedacht over de beslissing om een wijziging te vragen van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte en dat [verzoeker] een duurzame overtuiging heeft over diens genderidentiteit. [verzoeker] identificeert zich niet als man of vrouw en heeft er daarom belang bij dat diens geboorteakte wordt aangepast en daarmee in overeenstemming wordt gebracht. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen en de ABS gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn ‘X’.
Gevolgen van de wijziging van het geslacht
3.14
De wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte heeft gevolgen vanaf de dag waarop de ABS een latere vermelding van wijziging van het geslacht toevoegt aan de geboorteakte. De wijziging van de vermelding van het geslacht heeft geen invloed op de bestaande familierechtelijke betrekkingen en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen. [9]
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.15
Voor zover er is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort om aan de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 1997 de latere vermelding toe te voegen van de wijziging van:
  • de voornaam in: ‘ [voornaam] ’;
  • het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;
4.2
wijst het meer of anders verzochte af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:4 lid 4 jo Pro. lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336.
4.ECLI:CE:ECHR:2023:0131JUD007688817, Y. tegen Frankrijk.
5.Rechtbank Noord-Nederland, 22 augustus 2025, ECLI:NL:RNNE:2025:3494.
6.Zoals neergelegd in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW.
7.Gerechtshof Amsterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1266.
8.Artikelen 1:28a BW en 1:19d lid 2 BW.
9.Artikel 1:28c BW.