Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de Wet WOZ. Verweerder is daarop teruggekomen en heeft volledig aan verzoeker tegemoetgekomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken.
Verzoeker heeft vervolgens een vergoeding van proceskosten gevraagd. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar verweerder heeft niet gereageerd.
Verzoeker heeft bij het verzoekformulier aangegeven geen kosten te hebben gemaakt. De rechtbank heeft ook geen bewijs gevonden dat er kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarom is het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond afgewezen. Wel volgt uit de wet dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht moet vergoeden, maar hiervoor hoeft geen rechterlijke veroordeling te worden uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van geclaimde of aannemelijk gemaakte kosten.