Opposant heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van 17 juli 2025, waarin de rechtbank het beroep van opposant gegrond verklaarde wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een veiligheidsonderzoek van 3 oktober 2024.
In de verzetprocedure stond centraal of de rechtbank terecht zonder zitting uitspraak heeft gedaan. Opposant stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en dat de wachttijd van meer dan negen maanden buitenproportioneel was, met grote impact op zijn gezin en financiële situatie.
Tijdens de zitting op 27 november 2025 heeft opposant zijn situatie toegelicht, waaronder het opzeggen van zijn vaste baan en de gevolgen van de vertraging. De rechtbank oordeelde echter dat deze argumenten geen aanleiding geven om de eerdere uitspraak te herzien.
Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van 17 juli 2025 blijft van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.