ECLI:NL:RBMNE:2026:4136
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering vonnis inzake schadeloosstelling VvE
Eiser heeft verzocht om verbetering van het vonnis van 18 maart 2026, met name om een termijn op te nemen voor aanvaarding van het door VvE gedane aanbod van €10.000,- schadeloosstelling. VvE heeft bezwaar gemaakt omdat er geen sprake is van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen is.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 31 lid 1 Rv Pro alleen kennelijke fouten zoals schrijffouten, rekenfouten of evidente omissies kunnen worden verbeterd. In het vonnis van 18 maart 2026 is echter geen sprake van een dergelijke fout. De vordering van eiser tot vernietiging van het besluit van de VvE tot wijziging van de splitsingsakte is afgewezen omdat VvE een redelijke schadeloosstelling heeft aangeboden.
De rechtbank benadrukt dat zij erop vertrouwde dat VvE daadwerkelijk bereid was het bedrag van €10.000,- te betalen, zoals bevestigd in een akte van 23 januari 2026. De stelling van VvE dat zij niet meer gebonden is aan dat aanbod is onjuist en getuigt van onwil om de schadeloosstelling te voldoen. Indien de rechtbank dit had geweten, zou zij het besluit hebben vernietigd.
De rechtbank betreurt de gang van zaken en wijst het verzoek tot verbetering af, maar benadrukt dat VvE op eerste verzoek van eiser de schadeloosstelling moet voldoen.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis wordt afgewezen omdat geen kennelijke fout is vastgesteld, maar de VvE moet de schadeloosstelling voldoen.