Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M.S. Martherus-Meijers;
- de advocaat van de verdachte: mr. S. Schilder (hierna: de advocaat);
- de slachtoffers: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , bijgestaan door [A] van Slachtofferhulp Nederland.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de ontvangsthal van het politiebureau aan de [adres] binnen te lopen en
- vervolgens tegen een medewerkster te zeggen "ik heb een bom" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en
- vervolgens een tas op de grond te zetten en bij de tas te gaan zitten en liggen en de woorden “Allahu Akbar" en “Asha do anna la elahe ellallho” en “ik heb een bom", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking te zeggen/roepen en
- vervolgens een telefoon op de balie te leggen en de tas in het politiebureau achter te laten en
- vervolgens nadat zij het bureau had verlaten tegen politieambtenaren te zeggen “ik heb de bom op de balie gelegd", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
een gevangenisstraf van 12 maanden;
een gedeelte van 7 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 3 jarenvast;
- als
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- zich ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- als
- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met bij Reclassering Nederland, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. De reclassering bepaalt welke gespreksonderwerpen van belang zijn om een inschatting te kunnen maken van de recidive- en veiligheidsrisico’s. De verdachte moet meewerken aan deze gesprekken en openheid van zaken geven over de door de reclassering bepaalde gespreksonderwerpen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag Utrecht of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- zich inspant voor het behouden van zinvolle dagbesteding, zolang de reclassering dat nodig vindt;
dadelijk uitvoerbaar zijn;
de teruggaveaan de verdachte van de telefoon met goednummer PL0900-2025017503-3469481;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 19 juni 2026, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van meerdere verbalisanten, opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , opgemaakt op 17 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , opgemaakt op 18 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Proces-verbaal van het uitkijken van camerabeelden, opgemaakt op 18 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict, opgemaakt op 19 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van aangifte namens de Nationale Politie, opgemaakt op 24 januari 2025, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven: