ECLI:NL:RBMNE:2026:4185

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
11 juli 2026
Zaaknummer
609930 / KG ZA 26-201
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens onrechtmatige concurrentie en databankenrecht in watersportdiplomazaak

CWO en Hiswa vorderden in kort geding dat KNWV en [handelsnaam] werden verboden het softwareprogramma en de databank van CWO te gebruiken, stellende dat KNWV onrechtmatig handelde door het opzetten van een concurrerende diplomalijn en het gebruik van de CWO-database zonder toestemming.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen ondertekende overeenkomsten waren die exclusiviteit of non-concurrentie met betrekking tot het softwareprogramma en de databank bevestigden. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat KNWV onrechtmatig handelde, mede omdat KNWV mede-investeerder was in de databank en de kopie van de databank niet leidde tot aantoonbare schade.

Daarnaast werden de vorderingen over misleidende communicatie en machtsmisbruik afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang, aangezien de betreffende communicatie al lang geleden plaatsvond en geen herhaling was gebleken.

De vorderingen tot overdracht van de domeinnaam watersportdiploma.nl werden eveneens afgewezen, omdat geen rechtens afdwingbare verplichting tot overdracht was vastgesteld.

CWO en Hiswa werden veroordeeld in de proceskosten van KNWV en [handelsnaam].

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen van CWO en Hiswa af en veroordeelt hen in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/609930 / KG ZA 26-201
Vonnis in kort geding van 30 juni 2026
in de zaak van

1.STICHTING COMMISSIE WATERSPORT OPLEIDINGEN,

te Leusden,
2.
VERENIGING HISWA RECRON,
te Leusden,
eisende partijen,
hierna te noemen: CWO, Hiswa en gezamenlijk CWO en Hiswa,
advocaat: mr. C. Erasmus,
tegen

1.KONINKLIJK NEDERLANDS WATERSPORT VERBOND,

te Utrecht,
2.
[gedaagde sub 2] VOF, handelend onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,
3.
[gedaagde sub 3],
in hoedanigheid van vennoot van [gedaagde sub 2] vof,
te [plaats] ,
4.
[gedaagde sub 4],
in hoedanigheid van vennoot van [gedaagde sub 2] vof,
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
gedaagde 1 hierna te noemen KNWV, gedaagde 2 t/m 4 hierna te noemen [handelsnaam] en gezamenlijk KNWV en [handelsnaam] ,
advocaat: mr. K.V.A.J.M.M. de Bonth.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de producties 1-39 van CWO en Hiswa
- de wijziging van eis
- de conclusie van antwoord
- de producties 1-27 van KNWV en [handelsnaam]
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van CWO en Hiswa
- de pleitnota van KNWV en [handelsnaam] .
1.2
De voorzieningenrechter heeft daarna bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
KNWV en Hiswa werkten via de stichting CWO samen op het gebied van (het verstrekken van) zeildiploma’s in Nederland. Het doel van CWO is van oudsher om de opleiding en diplomering binnen de watersport in Nederland te uniformeren. Uiteindelijk ontstond begin 2025 binnen CWO een impasse, omdat een deel van de vaarscholen (de achterban van Hiswa) zich niet konden vinden in de richting die het bestuur van CWO op wilde gaan. KNWV heeft daarop besloten de samenwerking met Hiswa binnen CWO te beëindigen en zich te verbinden aan een nieuwe door de vereniging NWD, dat staat voor Nationaal Watersport Diploma, ontwikkelde diplomalijn.
2.2
Volgens CWO en Hiswa maakt KNWV zich door de wijze waarop zij handelt en heeft gehandeld schuldig aan onrechtmatig handelen en hun vorderingen zijn er
– in de kern – op gericht dat onrechtmatige handelen te laten stoppen. CWO en Hiswa hebben ook [handelsnaam] in deze procedure betrokken, omdat het door [handelsnaam] voor CWO ontwikkelde softwareprogramma daarin een centrale rol speelt.
2.3
CWO en Hiswa krijgen geen gelijk. Hun vorderingen worden afgewezen.

3.De beoordeling

Algemeen
3.1
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat CWO en Hiswa daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Achtergrond van het geschil
3.2
Hiswa is een vereniging, die de belangen behartigt van ondernemers in de watersportsector, waaronder zeilscholen en vaarscholen. Zij is in 2019 ontstaan door een samenvoeging van de afzonderlijke verenigingen Hiswa en Recron.
3.3
KNWV is opgericht in 1890 en als sportbond aangesloten bij NOC*NSF. Zij behartigt de belangen van de watersport in de brede zin en bevordert de mogelijkheden voor een goede beoefening van de watersport. Zij is verantwoordelijk voor de opleidingen en kwalificatie van het sportkader (alle opgeleide personen, die een actieve en begeleidende rol spelen) binnen de watersport. KNWV was al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw bezig met de ontwikkeling van vaarbewijzen via een uniform diplomasysteem en werkte op dat punt in de beginjaren voornamelijk samen met de ANWB. CWO is uiteindelijk in 1995 opgericht door KNWV, Hiswa en ANWB. Binnen de stichting werd door de oprichtende partijen samengewerkt op het gebied van zeilopleidingen.
3.4
Op enig moment wilde men het diplomasysteem moderniseren. Uiteindelijk heeft dat geleid tot het in 2022 gestarte project CWO 3.0., dat gebaseerd was op de drie pijlers (1) organisatie en governance, (2) ict en (3) opleidingsvernieuwingen voor kader en consumenten. Onderdeel van die modernisering was de ontwikkeling van een nieuw, online registratiesysteem voor deelnemende leslocaties, instructeurs en cursisten aan een CWO-vaaropleiding (hierna: softwareprogramma) door [handelsnaam] . De vennoten van [handelsnaam] zijn zelf actief als coach binnen de Olympische zeilploeg van Nederland en werkten al nauw samen met KNWV op het gebied van kennisoverdracht en de opleiding van jonge coaches. Het door [handelsnaam] gemaakte softwareprogramma is in 2024 in gebruik genomen door CWO.
3.5
Gedurende het traject hebben een aantal zeilscholen (vanuit de achterban van Hiswa) zich teruggetrokken uit het project CWO 3.0, omdat zij ontevreden waren over het tempo van de ontwikkelingen en zelf een nieuwe diplomalijn wilden ontwikkelen (Nationaal Watersport Diploma). KNWV vond deze (modernere) NWD-lijn uiteindelijk beter dan de CWO-lijn. Om te voorkomen dat er twee aparte diplomastelsels naast elkaar zouden bestaan, was het doel van KNWV om uiteindelijk de drie partijen (KNWV, Hiswa en NWD) samen te brengen waarbij de NWD-lijn leidend zou worden. Volgens KNWV was dit doel begin 2025 bijna gehaald toen een deel van de vaarscholen (achterban van Hiswa) toch niet wilden instemmen met de nieuwe richting die het bestuur van CWO op wilde gaan. Hiswa heeft overigens een andere lezing van de gebeurtenissen en stelt dat de reden van de (vertrouwens)breuk binnen CWO het gevolg is van het door KNWV achter haar rug om opzetten van een nieuwe met CWO concurrerende diplomalijn, waardoor CWO en Hiswa voor het blok werden gezet.
3.6
Het gevolg is in ieder geval geweest dat KNWV in oktober 2025 heeft besloten uit CWO te stappen en al haar opleidingen, waaronder de zogenaamde NWD-diplomalijn, binnen de Watersport Academy onder te brengen. KNWV heeft deze beslissing vervolgens toegelicht via een nieuwsbericht op de website van de Watersport Academy en via een mailing aan haar eigen leden (de watersportverenigingen). In die mailing wordt ook genoemd dat als de verenigingen gebruik willen maken van de nieuwe door KNWV goedgekeurde diplomalijn, zij hun overeenkomst met CWO voor 1 november 2025 moeten opzeggen. Daarvan heeft een aantal verenigingen gebruik gemaakt.
3.7
Volgens CWO en Hiswa maakt KNWV zich schuldig aan onrechtmatige concurrentie onder meer door voor de nieuwe NWD-diplomalijn met hulp van [handelsnaam] gebruik te maken van het softwareprogramma en de database van CWO.
Het softwareprogramma
3.8
De meeste verwijten die CWO en Hiswa de gedaagden maken, gaan over de overeenkomst(en) tussen CWO en [handelsnaam] voor het maken van het CWO-softwareprogramma. Volgens eisers hebben partijen op 1 oktober 2022 een overeenkomst van opdracht gesloten en is in artikel 11 van Pro die overeenkomst bepaald dat [handelsnaam] geen overeenkomsten met concurrenten van CWO, zoals KNWV mag afsluiten. Daarnaast beroepen zij zich op de op 1 juni 2023 gesloten samenwerkingsovereenkomst op grond waarvan CWO het exclusieve gebruiksrecht op het softwareprogramma zou hebben. [handelsnaam] en KNWV betwisten dit en betogen dat partijen op deze punten nog in onderhandeling met elkaar waren en was het daarnaast nooit de bedoeling om KNWV als concurrent van CWO aan te merken, gelet op haar positie binnen de watersport. Volgens gedaagden zijn alleen over de betaling van de door [handelsnaam] gewerkte uren en de maandelijkse hosting en onderhoud afspraken gemaakt en heeft [handelsnaam] overeenkomstig die afspraken gefactureerd aan CWO.
3.9
De voorzieningenrechter geeft [handelsnaam] gelijk en licht dat hierna toe. Vast staat dat er door partijen geen overeenkomst(en) zijn ondertekend. Wanneer partijen twisten over de inhoud van de gemaakte afspraken, moet enerzijds worden gekeken naar wat partijen destijds over en weer hebben verklaard en anderzijds naar wat zij uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Eisers hebben twee overeenkomsten (EP 6 en 7) en de correspondentie die tussen partijen heeft plaatsgevonden over het non-concurrentie en exclusiviteitsbeding (EP12) overgelegd. Volgens CWO en Hiswa geeft dit de tussen partijen gemaakte afspraken weer, omdat partijen daadwerkelijk uitvoering hebben gegeven aan hetgeen in die overeenkomsten staat vermeld. De voorzieningenrechter maakt uit deze producties op dat [handelsnaam] op 8 mei 2023 twee conceptovereenkomsten heeft gestuurd naar KNWV en Hiswa met de vraag daarop te reageren. Hoewel op de als productie 6 en 7 overgelegde overeenkomsten geen datum staat vermeld, hebben [handelsnaam] en KNWV onbetwist betoogd dat dit de concepten zijn, die op 8 mei 2023 zijn verstuurd door [handelsnaam] . Dat is dus ruim na de door CWO en Hiswa genoemde datum van 1 oktober 2022 waarop volgens hen de overeenkomst van opdracht tot stand zou zijn gekomen. Bovendien hebben [handelsnaam] en KNWV correspondentie tussen partijen overgelegd (GP 17-19), waaruit blijkt dat zij na 8 mei 2023 nog (verder) onderhandeld hebben over een andere versie van de overeenkomst. De laatste correspondentie daarover dateert van 27 september 2023 en vond plaats tussen [handelsnaam] en de heer [A] (van CWO). Volgens [handelsnaam] en KNWV is de heer [A] kort daarna door Hiswa ontslagen en is er na zijn ontslag geen vervolg meer gegeven aan de onderhandelingen. Dat de door CWO en Hiswa overgelegde versie van de overeenkomsten een correcte weergave is van de afspraken tussen partijen staat dus allerminst vast. Tijdens de mondelinge behandeling zijn CWO en Hiswa niet, althans onvoldoende, gemotiveerd ingegaan op hetgeen [handelsnaam] en KNWV hebben aangevoerd.
3.1
Daarmee hebben CWO en Hiswa onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de afspraken waarop zij zich beroepen, zoals het exclusieve gebruiksrecht op het softwareprogramma en het verbod voor [handelsnaam] om overeenkomsten af te sluiten met concurrenten van CWO, onderdeel waren van de tussen partijen bestaande overeenkomsten. Dat betekent dat CWO en Hiswa de nakoming van de door haar gestelde verbintenissen ook niet af kan dwingen.
3.11
Het door CWO en Hiswa tegen KNWV gevorderde verbod om het CWO-softwareprogramma te gebruiken wordt dan ook afgewezen. Dit geldt ook voor de tegen [handelsnaam] en haar vennoten ingestelde vorderingen tot (1) nakoming van het non-concurrentie- en exclusiviteitsbeding en (2) het staken van het leveren van software, diensten en ondersteuning aan KNWV voor zover deze gebaseerd is op het CWO-softwareprogramma.
3.12
CWO en Hiswa hebben daarnaast nog een derde vordering ingesteld tegen [handelsnaam] en haar vennoten waarin zij nakoming van de samenwerkingsovereenkomst vorderen op drie punten, te weten (a) het verlenen en in standhouden van volledige beheerderstoegang tot het softwareprogramma, (b) het verlenen van diensten en ondersteuning volgens de overeengekomen servicelevels en (c) het waarborgen van de exclusiviteit van het softwareprogramma.
3.13
Ook deze vordering wordt afgewezen. Voor het laatste onderdeel (c) volgt dat al uit hetgeen de voorzieningenrechter hiervoor over de exclusiviteit heeft overwogen. Voor de andere twee onderdelen (a) en (b) geldt dat CWO en Hiswa zowel in de dagvaarding als ter zitting niet hebben gesteld, laat staan onderbouwd, dat [handelsnaam] en haar vennoten hiermee in gebreke zijn gebleven. Daardoor zijn de vorderingen gebaseerd op een toekomstige, onzekere houding van [handelsnaam] en dat is onvoldoende voor het toewijzen van enige vordering op dit punt.
KNWV heeft niet onrechtmatig gehandeld
3.14
CWO en Hiswa verwijten KNWV onrechtmatig handelen en baseren dit op een combinatie van vijf factoren:
a. a) opzetten van een met CWO concurrerende diplomalijn, terwijl haar bestuurders nog in het CWO-bestuur zaten en de besluitvorming frustreerden
b) profijt trekken van de wanprestatie van [handelsnaam]
c) onrechtmatig gebruik van de CWO-database
d) misleidende communicatie aan CWO-locaties
e) stelselmatig afbreken van het bedrijfsdebiet van CWO door een partij met een structurele machtspositie.
3.15
CWO en Hiswa hebben op basis van het gestelde onrechtmatig handelen van KNWV twee vorderingen ingesteld. Vordering I. gaat over het staken van het gebruik van het CWO-softwareprogramma door KNWV en met vordering II. willen CWO en Hiswa bereiken dat KNWV moeten stoppen met het op onrechtmatige wijze beconcurreren van CWO. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en zal dit hierna per genoemde factor toelichten.
Ad a. Opzetten van een concurrerende diplomalijn
3.16
CWO en Hiswa verwijten KNWV het heimelijk opzetten van een met CWO concurrerende diplomalijn, terwijl haar bestuurders nog in het CWO-bestuur zaten en de besluitvorming binnen CWO frustreerden. KNWV heeft deze stelling van CWO en Hiswa zeer uitgebreid en gemotiveerd betwist. Hieruit komt het beeld naar voren dat niet KNWV, maar (de achterban van) Hiswa een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan van de huidige problematiek. De voorzieningenrechter herkent niet de kritiek van CWO en Hiswa dat KNWV heimelijk een nieuwe diplomalijn heeft opgezet en dat haar bestuurders binnen CWO de besluitvorming frustreerden. Ook KNWV lijkt in eerste instantie te zijn overvallen door de door NWD ontwikkelde nieuwe diplomalijn. NWD is bovendien ontstaan vanuit de (teleurgestelde) achterban van Hiswa en niet van KNWV. Het betoog van KNWV dat zij juist hebben geprobeerd partijen bij elkaar te brengen vanuit de wens om binnen Nederland één uniform diplomastelsel te hanteren, wordt ondersteund door de door KNWV ingebrachte producties. CWO en Hiswa blijven tijdens de mondelinge behandeling desondanks volharden in hun bij dagvaarding ingenomen stellingen en zijn daarbij nauwelijks ingegaan op het gemotiveerde en onderbouwde betoog van KNWV. Gelet op de door hen ingestelde vorderingen ligt het op de weg van eisers om de door hen gestelde feiten en omstandigheden die zij ten grondslag hebben gelegd aan hun vorderingen, voldoende aannemelijk te maken. Daarin zijn zij op dit punt niet geslaagd.
Ad b. Profijt trekken van wanprestatie van [handelsnaam]
3.17
Zoals hiervoor al is geoordeeld, is niet gebleken dat [handelsnaam] tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen tegenover CWO. Daarmee is deze grondslag voor het vermeende onrechtmatig handelen van KNWV ook komen te vervallen.
Ad c. Onrechtmatig gebruik van de CWO-database
3.18
CWO en Hiswa stellen dat KNWV zonder toestemming de volledige database van CWO (hierna CWO-database) heeft gekopieerd en gebruikt in haar programma watersportacademy.nl. Dit wordt door KNWV op zich niet betwist, maar zij stelt dat zij hiertoe gedwongen werd omdat CWO en Hiswa de eigen KSS-gegevens van KNWV, die zich ook in de CWO-databank bevonden (het zogenaamde Sportkader), niet aan haar retourneerde. Bovendien heeft KNWV er naar eigen zeggen alles aan gedaan om de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen, zoals het anonimiseren van data die buiten het Sportkader vielen.
3.19
Van een beschermde databank is sprake als substantieel is geïnvesteerd in de verkrijging, controle en presentatie van de gegevens in de databank. CWO en Hiswa stellen zich op het standpunt dat zij de producent zijn en dat met hun investering van ruim € 300.000,- in het softwareprogramma sprake is van een substantiële investering in de databank. KNWV betoogt op haar beurt dat de investering in het softwareprogramma niet meetelt bij de vraag of sprake is van een beschermde databank, omdat die investering niet ziet op de verkrijging, controle of presentatie van de verzameling van gegevens. Bovendien stelt KNWV dat als wel sprake zou zijn van een beschermde databank zij dan in ieder geval als (mede)producent van de CWO-database heeft te gelden, omdat zij via CWO een bedrag van € 150.000,- heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van het softwareprogramma en daarover dus feitelijk het risico liep, terwijl Hiswa zelf niet financieel heeft bijgedragen.
3.2
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Een producent van een beschermde databank kan zich verzetten tegen het opvragen of hergebruik van deze databank als zij daardoor het risico loopt dat de investering niet kan worden terugverdiend [1] . Dat betekent dat alleen het opvragen en hergebruiken van een beschermde databank nog geen inbreuk oplevert. Dat is pas het geval als voldoende aannemelijk is geworden dat het kopiëren van de CWO-databank door KNWV schade kan veroorzaken aan de investering van de producent van de databank. CWO en Hiswa hebben onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij door de eenmalige kopie die KNWV heeft gemaakt van de CWO-databank geschaad worden in hun financiële terugverdiencapaciteit van hun investering in de databank. Naast CWO hebben alleen de gebruikers zelf, zoals de vaarscholen en cursisten die de CWO-diplomalijn volgen, toegang hebben tot de (eigen) gegevens in de databank. Deze gebruikers betalen weliswaar aan CWO voor het volgen van de CWO-opleiding en per behaalde diploma, maar dat zij (apart) betalen voor toegang tot de databank of hun gegevens, is de voorzieningenrechter niet gebleken.
Bij deze stand van zaken behoeft de (op zich aannemelijke) stelling van KNWV dat zij (mede) producent is van de databank gezien haar investering van € 150.000,- verder geen aandacht meer.
3.21
Het bovenstaande betekent dat niet aannemelijk is geworden dat KNWV door het eenmalig kopiëren van de CWO-database onrechtmatig handelt tegenover CWO en Hiswa.
Ad. d. Misleidende communicatie aan CWO-locaties
3.22
CWO en Hiswa verwijten KNWV in oktober 2025 in een mailing aan haar leden, die tegelijkertijd ook zijn aangesloten bij CWO, en in een nieuwsbericht op de website van KNWV een drietal misleidende mededelingen te hebben gedaan over de door KNWV nieuw aangeboden diplomalijn. Het gaat om de mededeling dat ‘de online omgeving ongewijzigd blijft’, waardoor sprake is van misleidend concurrentievoordeel. De oproep aan de leden om de overeenkomst met CWO voor 1 november 2025 op te zeggen, terwijl dit niet noodzakelijk is voor de ongehinderde voortzetting van de bedrijfsvoering van de leden. En tot slot worden volgens CWO en Hiswa met de mededelingen over ‘het samenbrengen van alle opleidingen’ en het ‘behouden van waarde van CWO-diploma’s’ de onjuiste indruk gewekt dat KNWV rechtsopvolger is van CWO, terwijl er feitelijk sprake is van een breuk. KNWV betwist dat sprake is van misleidende mededelingen en betoogt dat zij alleen objectieve informatie heeft gegeven over wat er is gebeurd en hoe leden kunnen overstappen in het geval zij dat willen.
3.23
De vraag of de mededelingen misleidend waren en onrechtmatig zijn, kan in het midden blijven. De voorzieningenrechter stelt namelijk vast dat de mailing met daarin de gestelde misleidende mededelingen, waaronder de oproep om de overeenkomst met CWO op te zeggen, dateert van oktober vorig jaar. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat KNWV daarna nog soortgelijke mededelingen of oproepen heeft gedaan. Het is de voorzieningenrechter dan ook niet duidelijk waarom CWO en Hiswa nu een zodanig spoedeisend belang hebben dat zij de uitkomsten van de al lopende bodemprocedure op dit punt niet af kunnen wachten. Een concrete en gemotiveerde onderbouwing van CWO en Hiswa ontbreekt. De voorzieningenrechter wijst de op dit onderdeel betrekking hebbende vordering (II onder c) dan ook af vanwege een gebrek aan spoedeisend belang.
Ad. e. Misbruik van machtspositie als sportbond
3.24
CWO en Hiswa verbinden het gestelde misbruik van machtspositie door KNWV als sportbond aan de zojuist genoemde oproep aan leden om de CWO-overeenkomst op te zeggen. Ook hier geldt dat CWO en Hiswa onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij hierbij een zodanig spoedeisend belang hebben dat zij de uitkomst in de bodemprocedure niet af kunnen wachten. De mailing waarin de gewraakte oproep is gedaan dateert namelijk al van oktober vorig jaar zonder dat daarna nog soortgelijke mededelingen zijn gedaan.
Domeinnaam Watersportdiploma.nl
3.25
CWO en Hiswa vorderen primair overdracht van de domeinnaam watersportdiploma.nl door KNWV aan CWO. Subsidiair vorderen zij een gebod dat KNWV het huidige gebruik van de domeinnaam (het doorlinken naar de CWO-website) in stand laat totdat in de bodemprocedure is beslist. De voorzieningenrechter wijst beide vorderingen af.
3.26
Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. Uitgangspunt is dat degene die zich als domeinnaamhouder heeft laten registreren alleen gedwongen kan worden de domeinnaam aan een ander over te dragen, althans medewerking te verlenen aan de wijziging van de tenaamstelling van de domeinnaam, als hij daartoe rechtens verplicht is. Die plicht kan berusten op een overeenkomst of voortvloeien uit de vaststelling dat registratie of gebruik van de domeinnaam tegenover die ander onrechtmatig is [2] . Dat daarvan in dit geval sprake is, is de voorzieningenrechter niet gebleken.
3.27
CWO en Hiswa stellen dat KNWV geen juridisch belang heeft bij het niet overdragen van de domeinnaam aan CWO, omdat het geen handelsnaam of merknaam van KNWV bevat. Dat kan zo zijn, maar dat dit andersom wel het geval is en dat watersportdiploma een handelsnaam of merknaam van CWO is, is evenmin gesteld of gebleken. Een wettelijke plicht tot overdracht van de domeinnaam voor KNWV kan daaruit niet worden afgeleid. Het is anders dan CWO en Hiswa hebben betoogd ook niet aannemelijk geworden dat de domeinnaam ten behoeve van CWO tot stand is gekomen en dat het nooit de bedoeling geweest om de domeinnaam buiten CWO-verband te gebruiken. Vast staat namelijk dat KNWV de domeinnaam al op 31 oktober 2006 heeft geregistreerd en volgens KNWV had die registratie destijds niets met CWO te maken.
3.28
Het enkele gegeven dat CWO er belang bij heeft om de domeinnaam te kunnen blijven gebruiken, is onvoldoende voor toewijzing van de (zowel primaire als minder vergaande subsidiaire) vordering. Meer hebben CWO en Hiswa echter niet aan hun vordering ten grondslag gelegd. Dit terwijl aan de zijde van KNWV gemotiveerd is aangevoerd dat de term “watersportdiploma.nl” breder is dan alleen de binnen CWO-verband aangeboden zeil- en motorbootopleidingen en dus geen naam is die logischerwijs bij CWO hoort. Deze naam past beter bij de meerdere watersporten omvattende KNWV-opleidingen.
Proceskosten
3.29
CWO en Hiswa zijn in het ongelijk gesteld en zij moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat 10% van de zaak betrekking heeft op de handhaving van een gesteld databankrecht. KNWV en [handelsnaam] hebben een specificatie van hun advocaatkosten overgelegd tot een totaalbedrag van € 38.957,56 incl. btw. Van dit bedrag is 10% en dus € 3.895,76 toerekenbaar aan het IE-deel.
3.3
Om de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, sluit de voorzieningenrechter aan bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie ‘normaal kort geding’ met een maximumtarief van € 18.000. Het bedrag aan advocaatkosten van KNWV en [handelsnaam] dat toerekenbaar is aan het IE-deel (€ 3.895,75) is minder dan het maximumtarief en dus volledig toewijsbaar.
3.31
Voor het niet IE-deel van de zaak begroot de voorzieningenrechter de advocaatkosten van KNWV en [handelsnaam] aan de hand van het liquidatietarief voor een gemiddeld handel kortgeding van € 1.177,-. Dit betekent dat voor het niet IE-deel een bedrag van (90% x € 1.177) € 1.059,30 wordt toegekend.
3.32
Het totale toegewezen bedrag aan advocaatkosten bedraagt € 4.955,05. Dit bedrag wordt verhoogd met € 735,- aan griffierecht en € 189,- aan nakosten tot een totaalbedrag van € 5.879,05 (plus de verhoging van de nakosten in geval van betekening zoals vermeld in de beslissing).

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1
wijst de vorderingen af,
4.2
veroordeelt CWO en Hiswa in de proceskosten van KNWV en [handelsnaam] van € 5.879,05, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening als CWO en Hiswa niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
CR 4529

Voetnoten

1.HvJ EG 9 november 2004, ECLI:EU:C:2004:695 (British Horseracing Board/William Hill) en HvJ EU 3 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:434 (CV-Online/Melons)
2.Hoge Raad 11 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3554 en Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2221