ECLI:NL:RBMNE:2026:4190

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/16/606636 / HL ZA 26-38
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:228 lid 1 sub b BWArt. 3:44 BWArt. 6:119 BWArt. 6:230 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot vernietiging van akte wegens dwaling, bedrog en misbruik omstandigheden

Eisers vorderden de vernietiging van een notariële akte waarin afspraken over zekerheden en aansprakelijkheden waren vastgelegd, omdat zij meenden dat zij onder dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden de akte hadden ondertekend.

De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van dwaling, omdat eisers bekend waren met de inhoud van de akte en de begeleidende e-mails van de notaris, waarin de afspraken duidelijk werden uiteengezet. Ook was niet komen vast te staan dat de wederpartij een mededelingsplicht had geschonden of dat er sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken die kenbaar was voor de wederpartij.

Het beroep op bedrog werd verworpen omdat geen opzettelijk onjuiste mededeling door de wederpartij was aangetoond. Evenmin was er sprake van misbruik van omstandigheden, aangezien de afspraken uit vrije wil waren aangegaan en er geen bewijs was van druk of dwang.

Subsidiair werd gevorderd de akte te wijzigen of het recht van hypotheek door te halen, maar ook deze vorderingen werden afgewezen wegens het ontbreken van een grondslag.

Eisers werden veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de akte af en veroordeelt eisers in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/606636 / HL ZA 26-38
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van

1.[eiseres sub 1] ,

2.
[eiser sub 2],
beiden wonend in [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] c.s.,
advocaat: mr. S.A. Hattink,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B.J. van Dijen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
­ de dagvaarding met producties 1 t/m 15;
­ de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 9;
­ de akte van [eiseres sub 1] c.s. met producties 16 t/m 20.
1.2
De mondelinge behandeling heeft op 15 mei 2026 plaatsgevonden. De advocaat van [eiseres sub 1] c.s. heeft haar spreekaantekeningen deels voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is besproken. Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] heeft geld geleend aan de inmiddels gefailleerde besloten vennootschap [onderneming 1] B.V. ( [onderneming 1] ) en [onderneming 2] B.V. ( [onderneming 2] ). [eiser sub 2] houdt de aandelen van [onderneming 2] en [onderneming 2] houdt de aandelen van [onderneming 1] . [onderneming 2] heeft zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de verplichtingen van [onderneming 1] jegens [gedaagde] en [eiser sub 2] heeft zich persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de verplichtingen van [onderneming 1] en [onderneming 2] jegens [gedaagde] . [eiseres sub 1] , getrouwd met [eiser sub 2] , heeft haar woning in onderpand gegeven als zekerheid aan [gedaagde] voor de verplichtingen die [onderneming 1] en [onderneming 2] jegens [gedaagde] hebben. Deze zekerheid is gemaximeerd tot een bepaald bedrag, zoals blijkt uit de akte waarin dit is vastgelegd. [gedaagde] wil terzake van de restschuld van [onderneming 1] en [onderneming 2] deze zekerheid uitwinnen, maar [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] vinden dat [gedaagde] dat recht niet meer heeft. [eiseres sub 1] stelt dat de akte moet worden vernietigd wegens dwaling, misbruik van omstandigheden dan wel bedrog. Zij zou namelijk een onjuiste voorstellig van zaken hebben gehad en zij zou onder misbruik van omstandigheden zijn bewogen om de akte te ondertekenen. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van dwaling, misbruik van omstandigheden of bedrog en geeft [gedaagde] gelijk.

3.De beoordeling

De vordering tot vernietiging van de akte wordt afgewezen
3.1
Primair vorderen [eiseres sub 1] c.s. dat de rechtbank de notariële akte van 16 mei 2023 met als titel ‘derdenhypotheek en opzegging hypotheek’ en ook de bijhorende akten (hierna: de akte) vernietigt. De rechtbank zal deze vordering afwijzen. [eiseres sub 1] c.s. stellen dat zij hebben gedwaald ten aanzien van de verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de akte. Ook zijn volgens [eiseres sub 1] c.s. de afspraken tot stand gekomen door bedrog of misbruik van omstandigheden door [gedaagde] . Omdat niet is komen vast te staan dat hiervan sprake is slagen het beroep op dwaling en het beroep op een wilsgebrek niet. Omdat een grondslag voor vernietiging van de akte ontbreekt wordt de vordering afgewezen.
De gestelde dwaling is niet komen vast te staan
3.2
[eiseres sub 1] c.s. doen een beroep op dwaling veroorzaakt door een schending van de mededelingsplicht door [gedaagde] . Voor een geslaagd beroep op dwaling uit artikel 6:228 lid 1 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is vereist dat: (1) de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken, en (2) deze overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, (3) als de wederpartij door dat wat zij over de dwaling wist of hoorde te weten, (4) de dwalende had moeten inlichten (de mededelingsplicht). Omdat [eiseres sub 1] c.s. zich beroepen op het rechtsgevolg van deze dwalingsgrond, en [gedaagde] de door [eiseres sub 1] c.s. gestelde omstandigheden heeft betwist, is het aan [eiseres sub 1] c.s. om de omstandigheden waaruit de dwaling volgt te onderbouwen. Daarin zijn zij niet geslaagd.
De dwaling over de verhaalsmogelijkheden van [gedaagde] is niet aannemelijk
3.3
[eiseres sub 1] c.s. stellen dat zij bij het ondertekenen van de akte met [gedaagde] in de veronderstelling waren dat zij:
na een betaling van maximaal € 300.000,00 finaal zouden zijn gekweten tegenover [gedaagde] ; en
dat [gedaagde] zich zou kunnen verhalen op óf het appartement van [onderneming 2] in Spanje, óf op de woning van [eiseres sub 1] , en dus niet op allebei.
Dat [eiseres sub 1] c.s. deze (onjuiste) voorstelling van zaken hadden bij het ondertekenen van de akte, is niet aannemelijk. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres sub 1] c.s. bekend waren met de inhoud van de akte waardoor ervan uit mag worden gegaan dat zij op de hoogte waren van de met [gedaagde] gemaakt afspraken die daarin zijn vastgelegd. Daarbij komt dat de notaris deze afspraken over onder meer de schuldbekentenis, persoonlijke aansprakelijkheid, zekerheidstelling en de gevolgen daarvan voor [eiseres sub 1] c.s. in het kort in een mailbericht van 23 maart 2023 en uitgebreid in de e-mail van 28 maart 2023 op een rijtje heeft gezet. [1] Deze e-mails waren geadresseerd aan [gedaagde] , [eiser sub 2] en [eiseres sub 1] , zodat ervan uit mag worden gegaan dat partijen kennis hebben genomen van de inhoud van de e-mails. Deze e-mails hebben [eiseres sub 1] c.s. ook gekregen voordat ze de akte hebben ondertekend.
3.4
Uit de e-mail van 28 maart 2023 van de notaris is duidelijk op te maken dat:
- [onderneming 1] B.V. ( [onderneming 1] ) heeft schulden bij [gedaagde] .
- [onderneming 2] stelt zich naast [onderneming 1] hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van [onderneming 1] aan [gedaagde] .
- [eiser sub 2] stelt zich naast [onderneming 1] en [onderneming 2] hoofdelijk aansprakelijk tot maximaal € 300.000,00 voor de betaling van de schulden aan [gedaagde] .
- [eiseres sub 1] geeft haar woning in onderpand als zekerheid voor de betaling van alle leningen van [gedaagde] aan [onderneming 1] en [onderneming 2] , tot maximaal € 300.000,00 te vermeerderen met 40% voor renten, boeten en kosten.
- Als de vennootschappen hun schulden aan [gedaagde] niet betalen, kan [gedaagde] zich tot maximaal het bedrag van € 300.000,00 plus 40% voor renten en kosten verhalen op [eiser sub 2] en de woning van [eiseres sub 1] .
De notaris eindigt de e-mail met:
“Ook begrijp ik dat er is afgesproken dat de woning in Spanje zal worden verkocht als de leningen van [onderneming 1] en [onderneming 2] B.V. niet tijdig aan [gedaagde] worden terugbetaald. Graag ontvang ik een kopie van de escritura uit Spanje en dan zal ik daarvoor een nog aparte verklaring opstellen.”
3.5
Uit de e-mail volgt dat [onderneming 2] zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de betaling van de schulden van [onderneming 1] aan [gedaagde] . Dit betekent dat [onderneming 2] gehouden is haar vermogen aan te spreken voor de betaling van de schulden, als [onderneming 1] dat niet kan. [onderneming 2] was eigenaar van het appartement in Spanje, waardoor het appartement onderdeel uitmaakte van haar vermogen. De uiteenzetting in de e-mail van de notaris en de inhoud van de akte laat geen ruimte voor het idee dat [gedaagde] zich alleen óf op het appartement van [onderneming 2] of op de woning van [eiseres sub 1] mag verhalen. Die beperking staat er namelijk niet.
3.6
[eiseres sub 1] c.s. hebben niet duidelijk kunnen maken op grond waarvan ze na de e-mails van de notaris nog in veronderstelling verkeerden dat ze de afspraken genoemd onder 3.3 met [gedaagde] hadden gemaakt. [gedaagde] heeft ook gemotiveerd betwist dat zij met [eiser sub 2] heeft gesproken over de beperking van de verhaalsmogelijkheden voor [gedaagde] in hun besprekingen zoals [eiseres sub 1] c.s. hebben gesteld. Volgens [gedaagde] staat dat wat [eiser sub 2] en zij hebben besproken in de e-mails van 23 en 28 maart 2023 van de notaris aan partijen en in de akte. Hier heeft [eiseres sub 1] c.s. onvoldoende tegenovergesteld.
Voor zover [eiseres sub 1] c.s. een onjuiste voorstelling van zaken hadden, waren ze na ontvangst van de e-mails van de notaris geïnformeerd over de afspraken zoals die in de akte zouden staan.
3.7
[eiseres sub 1] c.s. bieden aan [eiser sub 2] en de heer [A] (voormalig medewerker van een vennootschap van [eiser sub 2] ) te horen als getuigen, die kunnen verklaren wat [eiser sub 2] en [gedaagde] in hun besprekingen hebben besproken. Dat bewijsaanbod passeert de rechtbank. De besprekingen tussen [gedaagde] , [eiser sub 2] en [A] vonden plaats voordat de notaris werd benaderd. Dat volgt uit de schriftelijke verklaring van [A] . [2] Dus mocht blijken dat [eiser sub 2] en [gedaagde] elkaar eerder hebben gesproken over de beperking in de verhaalsmogelijkheden (te weten, verhaal op óf het appartement van [onderneming 2] óf op de woning van [eiseres sub 1] ), dan weegt dat niet op tegen het bewijs dat [eiseres sub 1] c.s. door de notaris op de hoogte zijn gesteld van de inhoud van de akte door de e-mails van 23 en 28 maart 2023. Door de uiteenzetting in de e-mails is het niet aannemelijk dat partijen daarna nog een onjuiste voorstelling van zaken hadden.
3.8
Volgens [eiseres sub 1] c.s. hebben zij herhaaldelijk besproken met [gedaagde] dat [eiser sub 2] zich maximaal tot een bedrag van € 300.000,00 hoofdelijk aansprakelijk wilde stellen. Maar hierover hebben [eiseres sub 1] c.s. geen onjuiste voorstelling van zaken kunnen hebben, want die afspraak is vastgelegd in de akte. Die afspraak staat niet ter discussie tussen partijen.
3.9
Op de zitting heeft [eiser sub 2] verklaard dat hij zichzelf en [onderneming 2] als ‘één’ zag. Ook daarvoor geldt dat het niet aannemelijk is dat daarover een misverstand bestond bij [eiseres sub 1] c.s. na ontvangst van de e-mails van de notaris. In de e-mail van 28 maart 2023 wordt de aansprakelijkheidstelling van [eiser sub 2] en [onderneming 2] ook afzonderlijk van elkaar genoemd.
3.1
Op de zitting heeft [eiseres sub 1] verklaard dat zij had begrepen dat de woning in Spanje eerst zou worden verkocht, en dan pas haar woning, als de opbrengst in Spanje niet toereikend zou zijn. Daarmee had [eiseres sub 1] geen onjuiste voorstelling van zaken, want dat is ook de volgorde waarop [gedaagde] verhaal zoekt voor de betaling van de schulden. [eiseres sub 1] had, zo verklaarde ze, op basis hiervan ingeschat dat zij geen gevaar liep. Dat de risico-inschatting van de gevolgen van de afspraken wellicht onjuist is geweest, maakt niet dat gedwaald is over de strekking van de afspraken.
Als er wel een misverstand was, was deze niet kenbaar voor [gedaagde]
3.11
Voor dwaling is niet alleen vereist dat er sprake moet zijn van een onjuiste voorstelling van zaken bij [eiseres sub 1] c.s., maar ook dat dit misverstand kenbaar was voor [gedaagde] bij het aangaan van de afspraken. Dat hiervan sprake is, is niet komen vast te staan. [eiseres sub 1] c.s. hebben niet uitgelegd of onderbouwd waarom [gedaagde] na hiervoor onder 3.3 genoemde e-mails van de notaris moest weten of wist dat [eiseres sub 1] c.s. (nog) een onjuiste voorstelling van zaken hadden. Dat is wel nodig. [gedaagde] mocht namelijk ervan uitgaan dat [eiseres sub 1] c.s. de inhoud van de e-mails van de notaris begrepen. Partijen hebben ook niet geprotesteerd tegen de afspraken na het lezen van de e-mails of bij het tekenen van de akte.
Geen schending van de mededelingsplicht
3.12
Het verwijt van [eiseres sub 1] c.s. dat [gedaagde] niet met zoveel woorden de hoofdelijke aansprakelijkstelling van [onderneming 2] heeft verduidelijkt, volgt de rechtbank niet. Deze afspraak staat namelijk expliciet vermeld in de e-mail van 28 maart 2023 van de notaris en in de akte zelf.
3.13
Het betoog van [eiseres sub 1] c.s. dat zij de inhoud van e-mails van de notaris en akte niet hebben begrepen, volgt de rechtbank ook niet. Als [eiseres sub 1] c.s. bij het lezen van deze berichten de inhoud niet konden begrijpen of overzien, lag het op hun weg om onderzoek te doen. Zo hadden zij advies kunnen vragen over de inhoud van de afspraken. Het was [eiseres sub 1] c.s. namelijk wel duidelijk dat [eiseres sub 1] haar woning in onderpand zal geven als zekerheid voor de betaling van de schulden van de vennootschappen van haar man. Dit blijkt ook uit de akte waarin [eiseres sub 1] het volgende verklaart:

Hypotheekgever is van mening dat zij bij die financieringen belang heeft, omdat haar echtgenoot de heer [eiser sub 2] daar belang bij heeft omdat de bedrijfscontinuïteit van genoemde ondernemingen daarbij gebaat is en daarmee zijn toekomstig inkomen en hun (toekomstig) gezinsinkomen. Zij is mede daarom bereid [gedaagde] B.V. de hierna te vermelden zekerheden te geven voor die financieringen.
Bedrog is niet komen vast te staan
3.14
Het beroep dat [eiseres sub 1] c.s. doen op vernietiging van de akte vanwege bedrog door [gedaagde] slaagt niet. Dat [eiseres sub 1] door een opzettelijk onjuiste mededeling van [gedaagde] is bewogen de akte van 16 mei 2023 te tekenen, is niet komen vast te staan. De mededeling dat [gedaagde] nog een hypothecaire inschrijving had op woning van [eiseres sub 1] , gevestigd in de akte van 23 september 2022, was juist.
3.15
De achtergrond hiervan is dat [gedaagde] aan [eiseres sub 1] geld had geleend voor de koop van haar nieuwe woning in [plaats 1] . In de akte van 23 september 2022 hebben [eiseres sub 1] en [gedaagde] de leenafspraken vastgelegd. [3] Ook zijn afspraken gemaakt over zekerheden tussen partijen. Zo was afgesproken dat [eiseres sub 1] zekerheid verleende aan [gedaagde] door vestiging van het recht van hypotheek op haar nieuwe woning in [plaats 1] . Deze zekerheid gaf zij voor de betaling van de lening die zij kreeg van [gedaagde] , maar óók voor alles dat [gedaagde] te vorderen had of zou krijgen van [eiser sub 2] , op grond van de vermelde overeenkomsten maar ook uit anderen hoofde.
3.16
De leenovereenkomst tussen [eiseres sub 1] en [gedaagde] eindigde toen [eiseres sub 1] de leensom aan [gedaagde] terugbetaalde. Maar anders dan [eiseres sub 1] c.s. betogen, betekent dit niet dat daarmee de hypothecaire inschrijving op de woning als zekerheid voor [gedaagde] was komen te vervallen. De zekerheidsovereenkomst in de akte van 23 september 2022 was namelijk ruimer geformuleerd en zag niet alleen op de lening van [gedaagde] aan [eiseres sub 1] , maar was ook gegeven voor alles wat [gedaagde] had te vorderen op [eiser sub 2] .
Misbruik van de omstandigheden is niet komen vast te staan
3.17
Anders dan [eiseres sub 1] c.s. betogen, is ook niet komen vast te staan dat [gedaagde] misbruik van de omstandigheden heeft gemaakt. Volgens [eiseres sub 1] wilde zij niet de akte van 16 mei 2023 tekenen, maar werd zij door [gedaagde] onder druk gezet. De druk bestond eruit dat [gedaagde] de voorwaarde stelde de hypothecaire inschrijving op de woning gevestigd met de akte van 23 september 2022 pas door te halen, als [eiseres sub 1] de akte van 16 mei 2023 zou tekenen.
3.18
Naast dat [gedaagde] heeft betwist dat zij dit als voorwaarde heeft gesteld, overweegt de rechtbank het volgende. Zoals hierboven uiteengezet, was er door de ruim geformuleerde afspraken over de zekerheden in de akte van 23 september 2022 nog steeds een grondslag voor de hypothecaire inschrijving op de woning. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres sub 1] die afspraken destijds uit vrije wil is aangegaan. Het lag op de weg van [eiseres sub 1] om te onderzoeken of zij met deze zekerheidsstelling wilde instemmen. Het is niet gesteld of gebleken dat daarvoor geen ruimte was.
De gevorderde wijziging van de akte wordt afgewezen
3.19
Subsidiair vorderen [eiseres sub 1] c.s. dat de rechtbank de rechtsgevolgen van de akte van 16 mei 2023 met bijlagen zo wijzigt dat [gedaagde] daaraan geen rechten meer kan ontlenen. De rechtbank zal deze vordering afwijzen. Een rechter kan op verzoek van partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen in plaats van de overeenkomst te vernietigen op grond van dwaling. [4] Maar omdat het beroep op dwaling niet slaagt, is er geen grond om de akte te wijzigen.
De gevorderde doorhaling van het verleende recht van hypotheek wordt afgewezen
3.2
[eiseres sub 1] c.s. vorderen dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot doorhaling van het aan haar verleende recht van hypotheek op de woning van [eiseres sub 1] , op straffe van een dwangsom. De rechtbank zal deze vordering afwijzen. Een grondslag voor toewijzing van de vordering ontbreekt.
[eiseres sub 1] c.s. moeten de proceskosten betalen
3.21
[eiseres sub 1] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.230,00
3.22
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.23
De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad, zoals [gedaagde] heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing over de proceskosten moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
wijst de vorderingen van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] af,
4.2
veroordeelt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] in de proceskosten van € 2.230,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
veroordeelt [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door A.L. Poort-Gleusteen en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
5340

Voetnoten

1.Productie 11 bij de dagvaarding en productie 6 bij de conclusie van antwoord
2.Productie 20 van [eiseres sub 1] . c.s.
3.Productie 7 bij de dagvaarding
4.Artikel 6:230 lid 2 BW Pro.