ECLI:NL:RBMNE:2026:4191

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
12193255 \ LC EXPL 26-715
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens bewindvoering ondanks huurachterstand

Omega Groep vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand van € 2.457,88 en bijkomende kosten. De huurder staat onder bewind, waarbij Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland als bewindvoerder is aangesteld. De bewindvoerder erkent de huurachterstand maar verzet zich tegen ontbinding en ontruiming.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand inderdaad bestaat, maar weegt het belang van de huurder bij behoud van de woning zwaarder dan het belang van Omega Groep bij ontbinding. De bewindvoerder heeft een betalingsregeling voorgesteld en is bezig met een schuldenregeling, waardoor voldoende perspectief op betaling bestaat.

Daarnaast beoordeelt de kantonrechter ambtshalve de toepasselijkheid van algemene voorwaarden en wijst buitengerechtelijke incassokosten en rente af vanwege het ontbreken van de juiste versie van de voorwaarden. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en proceskosten, maar de vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen.

Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen, maar de bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, stookkosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12193255 \ LC EXPL 26-715
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
OMEGA GROEP B.V.,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Omega Groep,
gemachtigde: mr. Th. van Wijngaarden,
tegen
MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING FLEVOLAND,
te Lelystad,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[gedaagde],
te [plaats] ,
hierna te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Omega Groep heeft [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. Omega Groep heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog nadere stukken opgestuurd en daarbij haar eis gewijzigd.
1.2
De zaak is bij de kantonrechter besproken op 17 juni 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

2.Waar het in deze zaak om gaat

2.1
[gedaagde] huurt van Omega Groep de woning aan het adres [adres] in [plaats] . De huur is (op dit moment) € 797,16 per maand en moet worden vooruitbetaald. Er is sprake van een huurachterstand.
2.2
Omega Groep vordert – kort gezegd – ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van de woning. Ook eist zij betaling van de huurachterstand met rente en kosten.
2.3
Volgens de bewindvoerder klopt het dat er een huurachterstand is, maar de bewindvoerder is het er niet mee eens dat de huurovereenkomst wordt beëindigd en dat zij de woning moet ontruimen.

3.De beoordeling

Vooraf
3.1
Vast staat dat alle goederen die aan [gedaagde] toebehoren of zullen toebehoren bij beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van 31 mei 2026 onder bewind zijn gesteld. Bij die beschikking is Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland benoemd tot bewindvoerder. [gedaagde] is op 17 maart 2026 gedagvaard door Omega Groep.
De bewindvoerder is op de zitting van 17 juni 2026 verschenen. Dit brengt met zich dat de bewindvoerder als formele procespartij heeft te gelden. Het vonnis zal om die reden dan ook worden gewezen tussen Omega Groep en Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] , zoals reeds in de kop van dit vonnis is vermeld.
De huurachterstand en de afrekening stookkosten
3.2
Omega Groep noemt in de nagestuurde specificatie een huurachterstand van € 2.457,88 en € 1.099,45 voor de afrekening van de stookkosten en gas, water en elektriciteit. De huurachterstand is berekend tot en met de maand juni 2026.
Volgens de bewindvoerder kloppen deze bedragen. De kantonrechter zal de bewindvoerder daarom veroordelen om deze bedragen aan Omega Groep te betalen.
Betalingsregeling
3.3
De bewindvoerder heeft gevraagd om een betalingsregeling. Omega Groep en de bewindvoerder kunnen alleen samen in overleg een betalingsregeling afspreken. De kantonrechter kan daar niet over beslissen.
Geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning
3.4
De omvang van de huurachterstand (drie maanden) is zodanig dat de vordering tot ontbinding en ontruiming in beginsel toewijsbaar is, maar de kantonrechter ziet aanleiding om hiervan af te wijken. Het bewind is op 31 mei 2026 uitgesproken. De bewindvoerder heeft een betalingsregeling voorgesteld van € 100,00 per maand waarbij in 36 maanden in totaal € 3.600,00 zal worden betaald. Omega Groep is hiertoe niet bereid, aangezien dan nog een bedrag blijft openstaan. De bewindvoerder heeft daarop verklaard dat zij dan een schuldenregeling zal moeten treffen. De procedure hiervoor heeft de bewindvoerder al in gang gezet. De kantonrechter is van oordeel dat de bewindvoerder voldoende tijd moet worden geboden om ofwel een nieuwe betalingsregeling te treffen met Omega Groep dan wel een schuldenregeling te treffen, zodat er perspectief komt op betaling van de huurachterstand en de stookkosten. Het belang van [gedaagde] bij behoud van de woning moet zwaarder wegen dan het belang van Omega Groep bij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter zal de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning daarom afwijzen.
Ambtshalve toetsing
3.5
De overeenkomst is gesloten tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (Omega Groep) en een consument ( [gedaagde] ). Een huurder wordt hiervoor gelijk gesteld aan een consument. Op zo’n overeenkomst zijn consument-beschermende bepalingen van toepassing. Sommige belangrijke consument-beschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de huurovereenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) staan die relevant zijn voor de beoordeling van de (verschillende onderdelen van de) vordering. Als dergelijke bedingen op zichzelf, of in combinatie met andere relevante bedingen voor consumenten onredelijk bezwarend zijn als bedoeld in artikel 6:233 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek, moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende onderdelen van de vordering afwijzen. In deze procedure gaat het met name om bedingen over rente en een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
3.6
Uit de bij de dagvaarding gevoegde bijlagen blijkt dat op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn. Omega Groep heeft bij de dagvaarding
de meest recente versie van de algemene voorwaarden gevoegd, die nog niet bestond toen de overeenkomst werd gesloten. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet als vaststaand worden aangenomen dat deze versie van toepassing is op de overeenkomst.
Bij gebreke van de juiste versie van de algemene voorwaarden kan de kantonrechter zijn ambtshalve taak niet uitvoeren. De kantonrechter moet daar consequenties aan verbinden. Omdat de kantonrechter geen aanleiding heeft te veronderstellen dat ten aanzien van de gevorderde hoofdsom een contractuele regeling is bedongen, zal die consequentie worden beperkt tot de buitengerechtelijke incassokosten en rente. Die gevorderde vergoedingen zullen bij wijze van sanctie worden afgewezen, ook al zijn deze vergoedingen in deze procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen.
Dit betekent dat de bewindvoerder de rente en de incassokosten niet hoeft te betalen.
Proceskosten
3.7
De bewindvoerder, in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [gedaagde] , is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De informatiekosten worden (gedeeltelijk) afgewezen, omdat de vordering op dit punt niet in overeenstemming is met het bepaalde in het Reglement Digitaal Beslagregister voor Gerechtsdeurwaarders.
De proceskosten van Omega Groep worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,03
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.314,53

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt de bewindvoerder, in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [gedaagde] , tot betaling aan Omega Groep van:
- € 2.457,88 aan huurachterstand tot en met juni 2026;
- € 1.099,45 aan stookkosten en afrekening gas, water en elektriciteit;
4.2
veroordeelt de bewindvoerder, in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [gedaagde] , in de proceskosten van € 1.314,53, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder, in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de
onder bewind gestelde goederen van [gedaagde] , niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst af wat er meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.