ECLI:NL:RBMNE:2026:4196
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot tenuitvoerlegging van arbitraal vonnis na afwijzing vernietiging door hof
De zaak betreft een geschil tussen partijen over de afwikkeling van de beëindiging van een vennootschap onder firma (VOF) en de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen. Na een arbitrale procedure heeft de commissie van scheidslieden een eindvonnis gewezen dat door de wederpartij werd aangevochten wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
De voorzieningenrechter heeft in eerdere procedures vastgesteld dat het arbitraal vonnis in strijd was met de openbare orde vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor over een taxatierapport. De commissie heeft daarop een herzien arbitraal vonnis gewezen waarbij dit gebrek is hersteld. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de vernietigingsvorderingen van de wederpartij afgewezen.
De voorzieningenrechter toetst in deze procedure summier of er gronden zijn om het verlof tot tenuitvoerlegging te weigeren. De wederpartij voert verweren aan, waaronder nieuwe feiten en vermeende misleiding, maar deze zijn onvoldoende onderbouwd en zien deels op herroepingsgronden die niet worden ingeroepen. Ook het lopende cassatieberoep leidt niet tot opschorting.
De voorzieningenrechter concludeert dat geen vernietigingsgronden aanwezig zijn die het verlof tot tenuitvoerlegging in de weg staan. Het verzoek wordt daarom toegewezen, met compensatie van proceskosten en zonder aanhouding in afwachting van cassatie.
Uitkomst: Verzoek tot tenuitvoerlegging van het arbitraal eindvonnis en het herziene arbitraal eindvonnis wordt toegewezen.