Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de pleitnota van Rabobank.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen
- er sprake is van dusdanige spoed dat een beslissing van de bodemrechter niet afgewacht kan worden
- aannemelijk is dat eiser het gevorderde bedrag terug zal kunnen betalen als de bodemrechter in het nadeel van eiser beslist
: “termination or dissolution takes place by registered letter”. Maar, [eiseres] heeft niet uitgelegd of de schriftelijkheidseis van dit artikel ook betrekking heeft op ‘cancellation’ als bedoeld in artikel 4.4.4. van dezelfde overeenkomst. Hoe de bodemrechter zal oordelen over de vraag of er een schriftelijkheidsvereiste geldt voor het beëindigen van maintenance en support kan de voorzieningenrechter niet goed beoordelen, omdat onduidelijk is gebleven wanneer er precies een schriftelijke opzegging vereist is. Dat komt doordat [eiseres] zich daar onvoldoende over heeft uitgelaten. Als er geen schriftelijkheidsvereiste geldt, dan heeft Rabobank aannemelijk gemaakt dat er al in december 2024 en juli/augustus 2025 gesprekken zijn gevoerd waarin de beëindiging van maintenance en service mondeling is meegedeeld. Naast het aanwezige restitutierisico is dus ook dit een reden om de geldvordering van [eiseres] in kort geding niet toe te wijzen. Ook niet in de vorm van een lager voorschot.
€ 178,00(plus eventueel de verhoging zoals vermeld in de beslissing)