ECLI:NL:RBMNE:2026:4204

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
12069170 \ MC EXPL 26-395
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 aanhef en onder e Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging overeenkomst wegens schending essentiële informatieplicht bij dakwerkzaamheden

De zaak betreft een geschil tussen eiser, een aannemer, en gedaagde, een consument, over een factuur van €1.118,55 voor dakwerkzaamheden. Eiser bood aan dakgoten te reinigen voor €25,00, wat gedaagde accepteerde. Na reiniging toonde eiser een video van vermeende nestjes in het dak en stelde dat verdere werkzaamheden nodig waren, waarvoor gedaagde akkoord ging. De factuur bleef onbetaald.

De kantonrechter oordeelt dat eiser gedaagde niet vooraf voldoende heeft geïnformeerd over de prijs, wat een ernstige schending van de essentiële informatieplicht inhoudt. Bovendien is niet vastgesteld dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd, mede doordat eiser de video niet wilde delen en niet is verschenen bij de mondelinge behandeling.

De rechtbank vernietigt de overeenkomst ambtshalve, waardoor deze wordt geacht nooit te hebben bestaan. De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €100 aan de zijde van gedaagde.

Uitkomst: De overeenkomst wordt vernietigd wegens schending van de informatieplicht en de vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12069170 \ MC EXPL 26-395
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
handelend onder de naam
[handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A.H.H.M. Roelofs,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met 8 bijlagen;
  • de conclusie van antwoord;
  • de akte eiswijziging;
  • het bericht van 9 februari 2026 met 1 bijlage van [gedaagde] .
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 mei 2026. Aan de kant van [eiser] is alleen zijn gemachtigde verschenen. [gedaagde] is verschenen vergezeld van de heer [A] (een kennis). Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een factuur van € 1.118,55 voor gestelde werkzaamheden aan de woning van [gedaagde] , te vermeerderen met rente en incassokosten. De kantonrechter kan niet vaststellen of [eiser] [gedaagde] van tevoren voldoende heeft geïnformeerd over de prijs. Omdat sprake is van een ernstige schending van een essentiële informatieplicht en omdat niet kan worden vastgesteld dat [eiser] de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht, ziet de kantonrechter aanleiding om de overeenkomst geheel te vernietigen. De vorderingen worden daarom afgewezen.

3.De beoordeling

3.1
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] en nog een andere persoon op 28 maart 2023 bij [gedaagde] aan de deur kwamen met het aanbod om voor € 25,00 haar dakgoten te reinigen. [gedaagde] heeft dit aanbod geaccepteerd en € 25,00 aan hen betaald.
3.2
Na het reinigen heeft [eiser] aan [gedaagde] een video laten zien van vogel- en muizennestjes die volgens hem in haar dak zaten (hierna: de video). Omdat [eiser] zei dat er werkzaamheden aan het dak nodig waren en dat het goedkoper zou zijn om dit meteen op te lossen (omdat dan geen voorrijkosten verschuldigd zijn) heeft [gedaagde] hiermee ingestemd. [gedaagde] heeft vervolgens de nota van in totaal € 1.118,55 (bijlage 3 bij dagvaarding, hierna: de nota) onbetaald gelaten.
Ambtshalve toetsing: de informatieplicht
3.3
[gedaagde] voert aan dat zij niet vooraf over de prijs is geïnformeerd en dat zij pas na afloop de nota had ontvangen. Omdat zij een consument is, moet de aannemer (in dit geval [eiser] ) haar
voorafgaandaan het sluiten van de overeenkomst op duidelijk en begrijpelijke wijze informeren over de totale prijs van de werkzaamheden of, als de prijs door de aard van de dienst niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend. [1] De kantonrechter moet, omdat het gaat om een buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve toetsen of aan deze informatieplicht is voldaan.
3.4
In de dagvaarding stelt [eiser] dat hij
na afrondingvan de werkzaamheden de nota (die is bijgevoegd als productie 3) aan [gedaagde] heeft gegeven. Op de mondelinge behandeling heeft (de gemachtigde van) [eiser] desgevraagd toegelicht dat de nota en de offerte hetzelfde stukje papier is: dit briefje was eerst een offerte en is, na afronding van de werkzaamheden, een nota geworden. Daarom staat op dit briefje volgens [eiser] een kruis door “Offerte” en is “nota” omcirkeld en heeft [gedaagde] vóór de werkzaamheden haar handtekening gezet.
3.5
De kantonrechter kan op grond van de nota en de andere beschikbare stukken niet vaststellen dat [eiser] [gedaagde] vooraf over de prijs heeft geïnformeerd. Op de mondelinge behandeling heeft [eiser] pas voor het eerst gesteld dat de overgelegde nota eerst een offerte was en [gedaagde] voor de uitvoering van de werkzaamheden op de hoogte was gebracht van de prijs. Dit volgt echter niet uit de nota en dit is niet in lijn met wat er in de dagvaarding staat: daarin staat juist dat de nota
na afrondingvan het werk is afgegeven. In de dagvaarding is niet ingegaan op de informatieplicht die op [eiser] rustte.
Verder heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat [eiser] juist tegen haar heeft gezegd dat het niet veel zou kosten. [eiser] heeft hiertegenover gezet dat [gedaagde] de nota zelf heeft ondertekend, maar dit betekent echter nog niet dat [gedaagde]
voorafvoldoende was geïnformeerd over de prijs. Bovendien is [eiser] niet op de mondelinge behandeling verschenen om de nodige toelichtingen te geven en de vragen van de kantonrechter hierover te beantwoorden. Dit terwijl in de oproepbrief staat dat het de bedoeling is dat partijen zelf bij de mondelinge behandeling aanwezig zijn en dat anders in het nadeel kan worden beslist van de partij die zonder gegronde reden niet verschijnt. Het had op de weg van [eiser] gelegen, juist nu hij na de conclusie van antwoord zijn stellingen wil aanpassen, om op de mondelinge behandelingen op deze verandering van zijn stellingen een toelichting te geven.
3.6
Het voorgaande betekent dat het ervoor moet worden gehouden dat [gedaagde] niet vooraf door [eiser] is geïnformeerd over de prijs.
Vernietiging van de overeenkomst
3.7
Omdat [eiser] niet aan deze informatieverplichting heeft voldaan, zal de kantonrechter de overeenkomst vernietigen. Er is sprake van een ernstige schending van een essentiële informatieplicht. [eiser] heeft [gedaagde] in haar eigen woning gesproken, toen aangeboden werk op het dak te verrichten en over die werkzaamheden aangegeven dat zij noodzakelijk waren. Daarbij heeft [eiser] gezegd dat als de werkzaamheden niet onmiddellijk zouden worden verricht een volgende keer voorrijkosten zouden moeten worden betaald. [eiser] heeft gezegd dat het niet veel zou gaan kosten, terwijl de uiteindelijke nota juist als fors aangemerkt kan worden, zeker ook in verhouding tot de redelijk korte tijd (van nog geen uur) waarin de werkzaamheden zijn verricht. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat [eiser] onvoldoende heeft aangetoond dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht. Dit had wel op zijn weg gelegen, zeker gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] . Zo betwist [gedaagde] dat de video die [eiser] heeft laten zien haar dak betreft. [eiser] heeft echter – ondanks meerder verzoeken daartoe – geweigerd om de video te delen. Ook is [eiser] niet zelf naar de mondelinge behandeling gekomen om de nodige toelichtingen te geven, zoals eerder is overwogen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat [eiser] de gefactureerde werkzaamheden niet heeft verricht.
3.8
Gelet op al het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de overeenkomst ambtshalve geheel te vernietigen. Dit heeft tot gevolg dat de overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan en dat de vordering van [eiser] dus moet worden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
3.9
[eiser] is als de in het ongelijk gestelde partij aan te merken en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden ambtshalve begroot op een forfaitair bedrag van € 100,00 aan reis-, verblijf- en/of verletkosten (artikel 238 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering), aangezien [gedaagde] op de rolzitting en op de mondelinge behandeling is verschenen. Verder heeft [gedaagde] zich niet laten bijstaan door een professioneel gemachtigde en is gesteld noch gebleken van andere kosten waarvoor de wet een vergoeding toekent.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af;
4.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 100,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
4578