ECLI:NL:RBMNE:2026:4205

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
12 juli 2026
Zaaknummer
C/16/612080 / HL ZA 26-151
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:81 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging koopovereenkomsten grond wegens oneerlijke handelspraktijken en terugbetaling koopsommen

Eiser heeft van gedaagde B.V. meerdere percelen agrarische grond gekocht waarbij gedaagde de indruk wekte dat de waarde zou stijgen door een bestemmingswijziging, terwijl concrete plannen ontbraken. Eiser stelde dat hij hierdoor een te hoge prijs betaalde en vernietigde de koopovereenkomsten op grond van oneerlijke handelspraktijken en dwaling.

Gedaagde verscheen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend. De rechtbank oordeelde dat de vorderingen grotendeels gegrond waren en veroordeelde gedaagde tot teruglevering van de percelen binnen twee maanden na betekening van het vonnis, onder dreiging van een dwangsom.

Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van de koopsommen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, betaling van notariskosten voor de teruglevering en de proceskosten. Een vordering van eiser tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot teruglevering van de percelen en terugbetaling van de koopsommen met rente, onder dwangsom en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/612080 / HL ZA 26-151
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.R. van Leeuwen,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 mei 2026 met producties 1 tot en met 13;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiser] heeft in [plaats 1] , [plaats 2] en [plaats 3] een aantal percelen grond met een agrarische bestemming van [gedaagde] gekocht. [gedaagde] heeft daarbij volgens [eiser] de suggestie gewekt dat de waarde van deze percelen op korte termijn door een bestemmingswijziging zal toenemen. Van concrete bouwplannen of toekomstige bestemmingswijzigingen is echter in het geheel geen sprake. [eiser] heeft daardoor een niet-marktconforme koopprijs voor de percelen betaald. [eiser] stelt de koopovereenkomsten op grond van oneerlijke handelspraktijken dan wel dwaling te hebben vernietigd en wil dat [gedaagde] de percelen grond terugneemt en de koopprijs terugbetaalt, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe.

3.De beoordeling

Tegen [gedaagde] is verstek verleend
3.1
[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij de rechtbank vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.
De vorderingen worden grotendeels toegewezen
3.2
De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig op ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met uitzondering van het onderstaande.
3.3
Onder 2 vordert [eiser] medewerking van [gedaagde] aan de ongedaanmaking van de vernietigde koopovereenkomsten bij een notaris en wel binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis. Gelet op de door notarissen gehanteerde termijnen zal de rechtbank deze vordering toewijzen met een termijn van twee maanden. Verder zal de rechtbank verduidelijken dat het gaat om teruglevering van de betreffende percelen grond door [gedaagde] aan [eiser] . De gevorderde dwangsom wordt toegewezen zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
3.4
[eiser] vordert de reguliere wettelijke rente over de teruggevorderde koopsommen en wel vanaf de datum waarop hij de koopovereenkomsten buitengerechtelijk heeft vernietigd op 11 februari 2026. De ingangsdatum van de wettelijke rente is het moment waarop de schuldenaar ter zake van de nakoming van de verbintenis in verzuim is (artikel 6:119 lid 1 in Pro verbinding met 6:81 en verder van het Burgerlijk Wetboek). [gedaagde] raakt met betrekking tot de verbintenissen tot ongedaanmaking niet direct in verzuim op het moment van vernietiging van de overeenkomsten. [eiser] heeft niet gesteld wanneer het verzuim van [gedaagde] dan wel is ingetreden. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
3.5
[eiser] vordert betaling van de kosten die buitengerechtelijk door hem zijn gemaakt in verband met het inschakelen van [organisatie] . [eiser] heeft echter niet gespecificeerd welke kosten hij heeft gemaakt en heeft geen bedrag gevorderd. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
2.803,00
- salaris advocaat
2.051,00
(1 punt × € 2.051,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.198,67
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
verklaart voor recht dat de overeenkomsten tot aankoop van de percelen grond in [plaats 1] , [plaats 2] en [plaats 3] door [eiser] van [gedaagde] zijn vernietigd;
4.2
verplicht [gedaagde] om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de ongedaanmaking van de vernietigde koopovereenkomsten door teruglevering van de betreffende percelen door [eiser] aan [gedaagde] , bij een notaris naar keuze van [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 ineens en € 1.000,00 voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee na betekening in gebreke blijft, met een maximum van € 180.000,00;
4.3
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:
  • € 40.000,00 ter zake van de koopsom van de percelen in [plaats 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 7 mei 2026 tot de voldoening;
  • € 75.000,00 ter zake van de koopsom van het perceel in [plaats 2] , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 7 mei 2026 tot de voldoening;
  • € 65.000,00 ter zake van de koopsom van het perceel in [plaats 3] , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 7 mei 2026 tot de voldoening;
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van de notaris(sen) die in verband met de teruglevering van de betreffende percelen worden gemaakt;
4.5
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 5.198,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.6
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.7
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.6 uitvoerbaar bij voorraad;
4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
5274