Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 3 september 2025, met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een ontruimingsvordering van eiseres, eigenaar van een pand, tegen gedaagden die in een woonunit verblijven zonder dat hun namen op de oorspronkelijke huurovereenkomst staan. Gedaagden beroepen zich op een coöptatierecht, een praktijk waarbij zittende huurders nieuwe huurders voordragen die door de verhuurder worden geaccepteerd.
De kantonrechter stelt vast dat sinds 2013 een duurzame coöptatiepraktijk bestaat waarbij jaarlijks nieuwe huurders worden voorgedragen en op een allonge bij de huurovereenkomst worden opgenomen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit coöptatierecht is beëindigd, ook niet ondanks haar stelling dat dit in 2021 zou zijn gebeurd. De verhuurder heeft bovendien geen redelijke opzegtermijn gehanteerd of belangen van huurders zorgvuldig afgewogen.
Omdat gedaagden op basis van deze coöptatiepraktijk als medehuurders worden beschouwd en huur hebben betaald, is er sprake van een geldige huurovereenkomst. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen omdat gedaagden op basis van een duurzaam coöptatierecht een geldige huurovereenkomst hebben.