ECLI:NL:RBMNE:2026:4219
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming Dienst Toeslagen
Verzoeker had een beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn compensatieverzoek als ex-partner in de kinderopvangtoeslagaffaire. Dienst Toeslagen wees het verzoek aanvankelijk af met een besluit van 20 november 2025 en handhaafde dit in de beslissing op bezwaar van 26 maart 2026.
Op 23 juni 2026 verving Dienst Toeslagen het bestreden besluit door een herziene beslissing waarin alsnog de compensatie werd toegekend en een vergoeding van € 1.332,- voor de kosten in bezwaar werd toegekend. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker op 18 juni 2026 het beroep in en verzocht de rechtbank om veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat Dienst Toeslagen aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De vergoeding werd vastgesteld op € 934,-, zijnde de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat Dienst Toeslagen ook het griffierecht van € 54,- moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde op 10 juli 2026 zonder zitting. Dienst Toeslagen werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Dienst Toeslagen wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.