ECLI:NL:RBMNE:2026:4221

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
07/607398-06 (vordering verlenging tbs)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens blijvend recidiverisico pedofilie

De betrokkene is sinds 2008 ter beschikking gesteld wegens meermalen plegen van ontuchtige handelingen met minderjarigen. In juni 2023 werd de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd. De officier van justitie vorderde in mei 2026 een verlenging van de tbs met twee jaar.

De rechtbank nam kennis van diverse adviezen, waaronder die van de reclassering en een psychiater, die allen wijzen op een blijvend hoog recidiverisico vanwege pedofilie van het niet exclusieve type. Het behandelplafond is bereikt en de betrokkene toont weinig probleeminzicht. Het huidige risicomanagement binnen de woonvoorziening en reclassering wordt als essentieel beschouwd.

De advocaat verzocht primair afwijzing, subsidiair aanhouding van de behandeling en meer subsidiair verlenging met één jaar. De rechtbank oordeelde dat aanhouding niet nodig is en verlenging wel noodzakelijk is vanwege de veiligheid van anderen en het ontbreken van een passend alternatief zonder justitieel kader.

Gezien de gevorderde leeftijd en mogelijke snelle veranderingen in fysieke en mentale toestand, besloot de rechtbank de tbs met één jaar te verlengen om de vinger aan de pols te houden. Deze verlenging impliceert geen garantie voor beëindiging bij een volgende zitting.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar vanwege blijvend recidiverisico en noodzakelijkheid van risicomanagement.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 07/607398-06 (vordering verlenging tbs)
Parketnummer hof: 24/001047-07
Datum uitspraak: 13 juli 2026
Datum zitting: 29 juni 2026
Beslissing op vordering verlenging terbeschikkingstelling (tbs)
van de betrokkene:
[betrokkene] ,
geboren op [1942] in [geboorteplaats] ,
verblijvend in [verblijfplaats] te [plaats] (hierna: [verblijfplaats] ).
Advocaat van de betrokkene: mr. J.A.W. Knoester, (hierna: de advocaat)
Officier van justitie: mr. M. de Nooij

1.Terbeschikkingstelling

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 16 juni 2008 de betrokkene veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen buiten echt met iemand beneden de zestien jaren en hem de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. De tbs met dwangverpleging is niet in duur gemaximeerd.
De tbs is ingegaan op 1 juli 2008. Op 19 juni 2023 heeft deze rechtbank de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd. De tbs met voorwaarden (hierna: de tbs) is voor het laatst op 30 juni 2025 door deze rechtbank met een jaar verlengd.

2.Procedure

Vordering
De officier van justitie heeft op 20 mei 2026 gevorderd dat de tbs met twee jaar wordt verlengd.
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het arrest in de strafzaak van 16 juni 2008;
  • de beslissing van deze rechtbank van 19 juni 2023, waarbij de dwangverpleging
voorwaardelijk is beëindigd;
  • de laatste verlengingsbeslissing;
  • het advies van de reclassering van 22 april 2026;
  • de voortgangsverslagen over de periode van 4 september 2025 tot en met 12 maart 2026;
  • het advies van psychiater [A] van 22 maart 2026;
Zitting
Op de zitting zijn gehoord:
  • de officier van justitie;
  • de betrokkene;
  • de advocaat;
  • de deskundige [B] , reclasseringswerker.

3.Adviezen

De reclassering
De reclassering adviseert de tbs met twee jaar te verlengen.
Behandelverloop en behandeldoelen
De betrokkene verblijft sinds 2015 in [verblijfplaats] . In juni 2023 werd de tbs voorwaardelijk beëindigd en de enkelband na ruim acht jaar afgekoppeld. De reclassering blijft van mening dat externe sturing en controle in een justitieel kader en een begeleid woonvoorziening essentieel is en dit zal wat betreft de reclassering levenslang voortgezet moeten worden om de delict risico’s aanvaardbaar te houden. Daarbij streeft de reclassering zoals sinds de start van het traject is gedaan, naar een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven en bewegingsruimte voor de betrokkene, telkens afgezet tegen de risico’s op delictgedrag.
Vorig jaar adviseerde de Pro Justitia rapporteur een zorgconferentie. De reclassering heeft dit advies opgepakt en in februari 2026 vond er een verkennend overleg plaats waarbij alle betrokken partijen online aansloten (waaronder de advocaat, de Pro Justitia rapporteur en het Ministerie van J&V). Uit dit overleg is naar voren gekomen dat er geen passend alternatief qua begeleid wonen is voor de betrokkene en dat [verblijfplaats] de beste plek is voor hem. Onlangs heeft het Ministerie laten weten dat geregeld gaat worden dat de betrokkene hij bij [verblijfplaats] kan blijven wonen (ondanks het feit dat het Ministerie en [verblijfplaats] geen contractpartners meer zijn).
[verblijfplaats] heeft recent opnieuw aangegeven dat de betrokkene zonder justitieel kader niet bij hen kan blijven wonen. Zij geven aan de (zorg) verantwoordelijkheid niet willen dragen voor de betrokkene zonder het huidige justitieel kader gelet op de aanwezige risico’s en de hoge autonomiebehoefte van betrokkene. Bij beëindiging van de tbs zou het verblijf bij [verblijfplaats] stoppen.
Risico op herhaling van delictgedrag
Er is bij de betrokkene sprake van een permanent hoog risicoprofiel, wat onder andere samenhangt met de blijvende pedofiele gerichtheid die in het verleden heeft geleid tot het herhaaldelijk recidiveren in zedendelicten, zelfs nadat hij de zestig jaar al was gepasseerd. Het ouder worden, wat in algemene zin risico verminderend is, bleek niet risico verminderend bij de betrokkene. Er is weinig probleeminzicht en de betrokkene onderschat (mogelijke) risicosituaties. Het behandelplafond is daarbij jaren geleden al bereikt; verandering op dat vlak kan niet meer worden verwacht. De betrokkene is afhankelijk van de externe context en controles met betrekking tot het maken van de juiste (niet risicovolle) keuzes.
In de afgenomen risicotaxaties, zowel bij de reclassering als bij de rapporterend Pro Justitia
psychiater, komt het recidiverisico als laag-matig naar voren. Beide (Pro Justitia en reclassering) zijn van mening dat dit grotendeels is dankzij het huidige risicomanagement welke door de woonvoorziening en de reclassering wordt uitgevoerd. De betrokkene houdt zich goed aan de gemaakte afspraken en onthoudt zich van risicovol gedrag, wat volgens de reclassering voornamelijk dankzij de holding en het kader is. Zelf ziet de betrokkene geen delictrisico’s.
Toelichting deskundige op zitting
De betrokkene houdt zich goed aan de afspraken en het gaat goed met hem. Dit is vanwege het justitiële kader. Op het moment dat die context wegvalt is het recidiverisico hoger. Er is onderzoek gedaan naar een andere woonvorm voor de betrokkene, dichter in de buurt van zijn zoon. Een dergelijke passende woonplek is niet gevonden. De betrokkene kan in [verblijfplaats] verblijven zolang er een justitieel kader is. De betrokkene kan nu moeilijker lopen dan eerder en minder goed dingen onthouden. Echter, er is geen sprake van een zodanig significante achteruitgang daarin, dat over een jaar al gemonitord moet worden hoe de betrokkene ervoor staat. Als de situatie blijft zoals die nu is, ziet de reclassering een taak om de betrokkene te blijven begeleiden.
De psychiater
De psychiater die de betrokkene heeft onderzocht adviseert de tbs met een jaar te verlengen.
Diagnose
Bij betrokkene is sprake van pedofilie van het niet exclusieve type, gericht op jongens.
Behandelverloop en behandeldoelen
Het risicomanagement zoals het nu wordt vormgegeven, binnen de samenwerking tussen de
reclassering, [verblijfplaats] en betrokkene, werkt goed. Als de maatregel niet wordt verlengd, zal niet zeker zijn dat betrokkene bij [verblijfplaats] blijft wonen. Hij uit de wens om elders te gaan wonen als de tbs niet wordt verlengd. De vraag is in hoeverre betrokkene daadwerkelijk in staat is zijn wens om te verhuizen vorm te geven, maar deze persistente wens maakt het precair om de tbs niet te verlengen, des te meer omdat [verblijfplaats] zich afvraagt of het risicomanagement zonder het externe kader van de tbs goed valt te waarborgen. De overgang van de situatie waarin sprake is van een ‘geolied’ risicomanagement naar de situatie zonder enige vorm van begeleiding (waarbij nog de vraag is in hoeverre zelfstandig wonen toekomstbestendig is voor betrokkene) is naar de mening van de psychiater te groot. Deze omstandigheden pleiten voor verlenging van de maatregel. Aan de rechtbank wordt ter overweging gegeven om de maatregel met één jaar te verlengen om de vinger aan de pols te houden.
Risico op herhaling van delictgedrag
Het risico op recidive vloeit voort uit betrokkenes pedofilie. Het betreft een blijvende seksuele voorkeur. Binnen het huidige kader is er sprake van voldoende beschermende factoren: zowel de reclassering als het personeel van [verblijfplaats] kennen betrokkene goed; er is goed zicht op zijn bewegingen buiten het terrein, waarbij controle (middels beeldbellen en soms ook fysiek) plaatsvindt; betrokkenes seksuele beleving wordt regelmatig besproken. Er is sprake van een adequaat extern risicomanagement met voldoende toezicht en adequate hulpverlening, die goed op de hoogte is van betrokkenes problematiek en risico’s. Binnen de huidige context wordt het recidiverisico als laag ingeschat. In het geval dat de maatregel nu zou komen te vervallen zou het risico niet onmiddellijk optreden. In het verleden was er sprake van jarenlange intervallen tussen de delicten. Betrokkenes slachtoffers waren bekenden van hem en er was sprake van een periode van grooming. Op grond van de voorgeschiedenis is de inschatting dat het risico op recidive op den duur zou kunnen oplopen. Het risico op herhaling wordt in de context zonder een strak extern risicomanagement als matig ingeschat.

4.Standpunten

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting gevorderd dat de tbs met een jaar wordt verlengd.
Standpunt van de advocaat
De advocaat bepleit primair dat de vordering moet worden afgewezen. Subsidiair bepleit de advocaat dat de behandeling van de vordering moet worden aangehouden, zodat kan worden onderzocht of de betrokkene in [verblijfplaats] kan blijven zonder forensisch kader.
Meer subsidiair bepleit de advocaat dat de tbs met één jaar moet worden verlengd.

5.Beoordeling

De rechtbank komt op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken tot het volgende oordeel.
Gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis en herhalingsgevaar
De rechtbank stelt op basis van het hiervoor genoemde advies van de psychiater vast dat bij de betrokkene nog altijd sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis, namelijk pedofilie van het niet exclusieve type, gericht op jongens.
Uit de adviezen blijkt dat het risico op herhaling van delictgedrag bij onmiddellijke beëindiging van de tbs nog steeds aanwezig is.
Verlenging van de maatregel
De rechtbank oordeelt aanhouding van de vordering, zoals door de advocaat verzocht, niet noodzakelijk en wijst het verzoek af. Immers, [verblijfplaats] heeft eerder al aangegeven de betrokkene geen onderdak te kunnen bieden wanneer het justitieel kader wegvalt. Maar ook als dit nog niet duidelijk was, is onderzoek naar de mogelijkheid of de betrokkene in [verblijfplaats] kan blijven niet relevant voor de vraag die nu aan de rechtbank voorligt, namelijk of de maatregel dient te worden verlengd.
Uit de adviezen blijkt dat het kader waarin de betrokkene op dit moment zit, zorgt dat het goed gaat met de betrokkene. De betrokkene kan bij [verblijfplaats] verblijven zolang er een justitieel kader is. Uit de adviezen blijkt dat een eventuele overgang van de huidige situatie met het risicomanagement naar de situatie zonder enige vorm van begeleiding (op dit moment) te groot is.
Gelet op het advies van de inrichting en de psychiater en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De rechtbank oordeelt dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Duur van de verlenging
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de tbs verlengd moet worden met een termijn van twee jaar, als aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de betrokkene nog langer dan een jaar duurt. Alleen in geval van bijzondere omstandigheden wordt van dit uitgangspunt afgeweken. De rechtbank oordeelt dat in dit geval sprake is van zulke bijzondere omstandigheden. Met de officier van justitie oordeelt de rechtbank dat de betrokkene op leeftijd is en dat zijn fysieke en mentale toestand daarom snel kan veranderen, wat van invloed kan zijn op het recidiverisico en de noodzaak tot verlenging van de tbs. De rechtbank ziet aanleiding om een vinger aan de pols te houden. Zij zal de tbs daarom met een jaar verlengen. Verlenging van de tbs met één jaar betekent niet dat de betrokkene hieruit kan afleiden dat de tbs bij een volgende verlengingszitting zal worden beëindigd.

6.Beslissing

De rechtbank:
verlengt de tbs van
[betrokkene]met
één jaar.
Deze beslissing is genomen door:
mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mr. H. den Haan en mr. L.M. Reijnierse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Kasper-Kerkdijk, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 juli 2026.
Mr. Reijnierse is niet in de gelegenheid deze beslissing te ondertekenen.