Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.PROVINCIE DRENTHE,
2.
PROVINCIE FLEVOLAND,
3.
PROVINCIE FRYSLÂN,
4.
PROVINCIE GELDERLAND,
5.
PROVINCIE GRONINGEN,
6.
PROVINCIE LIMBURG,
7.
PROVINCIE NOORD-BRABANT,
8.
PROVINCIE UTRECHT,
9.
PROVINCIE ZEELAND,
10.
PROVINCIE ZUID-HOLLAND,
11.
PROVINCIE NOORD-HOLLAND,
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
‘as is’. Niet wordt verlangd dat er nog werkzaamheden worden afgerond, er nog geordend wordt of dat de afgifte moet voldoen aan de eisen van deponering. Men wil feitelijk alleen afgifte van wat er bij [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] ligt, zoals het er ligt. Verder hebben de Provincies aangegeven dat zij digitale informatie van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] willen ontvangen op basis van de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zelf geproduceerde overzichtslijsten die als productie 34a en 34b door de Provincies in het geding zijn gebracht. Ook hier geldt dat deze gegevens op de overzichtslijsten voldoende concreet zijn omschreven.
- In de brief van 30 augustus 2021 meldt [gedaagde sub 1] namens [gedaagde sub 2] dat
- Op de zitting heeft [gedaagde sub 1] verder gemeld dat alle nog aanwezige vondsten en documentatie zijn opgeslagen in een hal en dat het huurcontract van de hal op naam van [gedaagde sub 2] stond. [gedaagde sub 1] heeft geen antwoord willen geven op de vraag op wiens naam het huurcontract nu staat. Het is dus zeer goed mogelijk dat [gedaagde sub 1] zelf de nieuwe huurder van de hal is waar de vondsten en documentatie zijn opgeslagen.
‘as is’(zie ook 3.21). En [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben niet betwist dat de curator eind 2016 ook binnen een dergelijk tijdvak archeologische vondsten en documentatie aan de desbetreffende provincies kon overdragen. Dat er meer tijd nodig is om tot afgifte te komen, zoals de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gestelde termijn van ten minste twaalf maanden, is door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op geen enkele wijze onderbouwd.