Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater van 22 januari 2026, waarin haar bezwaar tegen een handhavingsbesluit niet-ontvankelijk werd verklaard. Het handhavingsverzoek betrof een perceel in een andere plaats dan waar verzoekster woont.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen belanghebbende is bij het handhavingsbesluit omdat het verzoek om handhaving betrekking heeft op een perceel in een andere plaats dan haar woonplaats. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de vereisten van formele en materiële connexiteit zoals voorgeschreven in artikel 8:81 Awb Pro.
Omdat verzoekster met haar verzoek niet kan bereiken wat zij vraagt, namelijk dat het college tot handhaving overgaat, wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter doet dit zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebberschap.