ECLI:NL:RBMNE:2026:4285

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
C/16/606489 / KL RK 26-35
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 lid 2 BWArt. 525 lid 3 RvArt. 3:89 BWArt. 1:431 BWArt. 544 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding verzoek tot onderhandse verkoop ter bescherming bewindvoerder hypotheekregistergoed

ABN Amro Hypotheken verzocht de rechtbank om goedkeuring van een onderhandse verkoop van een woonhuis waarop zij een hypotheek heeft, en om ontruiming van de huidige bewoners. De woning staat op naam van een onderbewindgestelde, over wiens vermogen een bewindvoerder is benoemd vanwege diens lichamelijke en geestelijke toestand.

De bewindvoerder voerde verweer en stelde dat zij betrokken had moeten worden bij de koopovereenkomst, omdat het registergoed tot het bewindvermogen behoort. Zij betwistte ook dat sprake is van verhuurde staat, omdat de echtgenote zonder recht of titel in de woning verblijft. De bewindvoerder verzocht om aanhouding van de procedure om een beter bod te kunnen uitbrengen.

De rechtbank oordeelde dat de bewindvoerder terecht stelt dat zij belanghebbende is en dat zij niet betrokken was bij de totstandkoming van de koopovereenkomst. Gezien het beschermingskarakter van het bewind en de mogelijkheid tot een hoger bod, werd het verzoek aangehouden voor acht weken. De zaak wordt op 17 juni 2026 voortgezet, waarbij ook de echtgenote mogelijk als belanghebbende wordt opgeroepen.

Uitkomst: Verzoek tot goedkeuring onderhandse verkoop wordt aangehouden om bewindvoerder de gelegenheid te geven een beter bod te doen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/606489 / KL RK 26-35
Beschikking van 22 april 2026
in de zaak van
ABN AMRO HYPOTHEKEN B.V.,
te Amersfoort,
verzoekster,
hierna te noemen: ABN Amro Hypotheken,
advocaat: mr. M.W.G. Koopmans,
tegen
SOCIAAL BEWINDVOERING EN ZORG B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerster over de goederen van [onderbewindgestelde] ,
gevestigd en kantoorhoudende te Zeist,
belanghebbende,
hierna te noemen: de bewindvoerster,
advocaat: mr. M.G. Blokziel.

1.De procedure

1.1
ABN Amro Hypotheken heeft op 4 februari 2026 een verzoekschrift (met producties) ex artikel 3:268 BW Pro ter griffie van deze rechtbank ingediend.
1.2
Bij verweerschrift van 30 maart 2026 heeft de bewindvoerster verweer gevoerd en tevens een incidenteel verzoek ingediend.
1.3.
De bewindvoerster heeft terecht gesteld dat zij belanghebbende is in de zin van
art. 544 Rv Pro. Zij heeft gelijk waar zij heeft gesteld dat zij als belanghebbende in het verzoekschrift vermeld, en ook opgeroepen, had moeten worden.
Deze gebreken betekenen evenwel niet dat het beginsel van hoor en wederhoor geschonden is omdat de zitting is aangehouden nadat de bewindvoerster om aanhouding daarvan had verzocht en zij in de gelegenheid is gesteld een verweerschrift in te dienen. Als verweerder wordt aangemerkt Sociaal Bewindvoering en Zorg B.V, in haar hoedanigheid van bewindvoerster over de goederen van de heer [onderbewindgestelde] . De bewindvoerster heeft tevens aangevoerd dat de echtgenote van [onderbewindgestelde] , [echtgenote] , in de woning verblijft en een aanzegging van de veiling ontvangen heeft. Daarom is zij belanghebbende en had als zodanig opgeroepen moeten worden. De rechtbank komt hierop in nr. 3.9 terug.
1.4.
Bij (aangetekende) brief van de griffier van 17 februari 2026 is [onderbewindgestelde] opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift op 4 maart 2026. Daarbij is aan [onderbewindgestelde] een kopie van het verzoekschrift gezonden. Bij e-mail van
2 maart 2026 heeft mr. Blokziel om aanhouding van de mondelinge behandeling verzocht. Vervolgens is de mondelinge behandeling nader bepaald op woensdag 1 april 2026 om 13:00 uur.
1.5.
Ter gelegenheid van die mondelinge behandeling zijn verschenen:
- mr. Koopmans;
- de heer [A] , koper;
- (via een online verbinding) mevrouw mr. Blokziel namens de bewindvoerster en [onderbewindgestelde] , en mevrouw [bewindvoerster] , de bewindvoerster.
1.6.
Ten slotte is de beschikking bepaald op heden.

2.Het verzoek

2.1
ABN Amro Hypotheken verzoekt de voorzieningenrechter uitvoerbaar bij voorraad:
1. de door ABN Amro Hypotheken voorgelegde koopovereenkomst goed te keuren en te bepalen dat de verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden bij deze koopovereenkomst;
2. - primair voor recht te verklaren althans te overwegen dat [onderbewindgestelde] en de zijnen op grond van de in dezen te wijzen beschikking tot ontruiming worden genoodzaakt als bedoeld in artikel 525 lid 3 Rv Pro;
- subsidiair de bewindvoerster, in haar hoedanigheid van bewindvoerster over de goederen van [onderbewindgestelde] , te veroordelen het onderpand te ontruimen en [onderbewindgestelde] met al de zijnen en het zijne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan ABN Amro Hypotheken, althans de kopers, op het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro, alsmede te bepalen dat de rechten uit de in dezen te wijzen beschikking op dit punt overgaan op de kopers.

3.De beoordeling

3.1
Het verzoek heeft betrekking op het registergoed met kadastrale omschrijving:
“het woonhuis met ondergrond en verder toebehoren, plaatselijk bekend [postcode] [plaats] , [adres] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] sectie [sectie] nummer [nummer] , groot één are en drieënnegentig centiare (1 a en 93 ca)”,hierna: het registergoed. Volgens het kadaster staat het registergoed op naam van (alleen) [onderbewindgestelde] .
3.2
ABN Amro Hypotheken heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende gesteld. ABN Amro Hypotheken is op grond van een notariële akte d.d. 31 mei 2000 eerste hypotheekhouder met betrekking tot het registergoed dat toebehoort aan [onderbewindgestelde] .
ABN Amro Hypotheken heeft zich genoodzaakt gezien aan te sturen op een executoriale verkoop van het registergoed, aangezien [onderbewindgestelde] , en vanaf 16 januari 2026 de bewindvoerster, de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van hypothecaire geldlening niet zijn nagekomen. ABN Amro Hypotheken heeft aan notaris mr. [notaris] , dan wel één van de notarissen verbonden aan notariskantoor Notarispraktijk mr. [notaris] ., mede handelend onder de naam [handelsnaam] , gevestigd te Rotterdam, opdracht gegeven de veiling in te leiden. Als datum voor de betreffende executoriale verkoop is vastgesteld 12 februari 2026. ABN Amro Hypotheken heeft bij exploten van 20 november 2025 en 17 november 2025 de veiling aangezegd aan respectievelijk [onderbewindgestelde] en [echtgenote] . ABN Amro Hypotheken is erin geslaagd onderhands een koopovereenkomst te sluiten met de heer [A] , ondertekend op 30 januari 2026 door ABN Amro Hypotheken en op 3 februari 2026 door de heer [A] , betreffende het registergoed voor een koopsom van
€ 280.600,00.
3.3
De bewindvoerster heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van ABN Amro Hypotheken en een incidenteel verzoek gedaan. Volgens de bewindvoerster dient de voorzieningenrechter bij zijn oordeel het beschermingskarakter van het bewind mee te wegen.
3.4
Zij voert aan dat [onderbewindgestelde] bij beschikking van 16 januari 2026 van de kantonrechter te Den Haag onder bewind is gesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand met benoeming van de bewindvoerster. Ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst was [onderbewindgestelde] al onder beschermingsbewind gesteld als bedoeld in artikel 1:431 BW Pro. Het registergoed behoort tot het bewindvermogen. Daarom had ABN Amro Hypotheken de bewindvoerster bij het sluiten van de koopovereenkomst moeten betrekken. Uit niets blijkt dat dit is gebeurd. Het bewind is immers ingesteld door de rechter juist om te voorkomen dat de vermogensrechtelijke belangen van [onderbewindgestelde] worden geschaad.
3.5
De bewindvoerster heeft betwist dat bij de beoordeling van het verzoek uitgegaan dient te worden van de taxatiewaarde in verhuurde staat. Zij heeft dat toegelicht. Volgens haar is er geen sprake van een huurovereenkomst. [echtgenote] verblijft zonder recht of titel in de woning en betaalt daarvoor geen vergoeding. Volgens de bewindvoerster moet het mogelijk zijn de woning op korte termijn ontruimd te krijgen zodat er een reële mogelijkheid is de woning voor een aanzienlijk hoger bedrag te verkopen. Zij wil daartoe in de gelegenheid gesteld worden. ABN Amro Hypotheken heeft aangevoerd dat vanwege de bewoning het juist is om uit te gaan van de verhuurde staat.
3.6
De bewindvoerster verzoekt de voorzieningenrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: ABN Amro Hypotheken te verbieden om over te gaan tot openbare executoriale veiling van het registergoed, staande en gelegen aan [adres] , [postcode] [plaats] , kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , zulks voor de duur van acht weken na de datum van de in dezen te geven beschikking, teneinde [onderbewindgestelde] c.s. in de gelegenheid te stellen de volledige hypothecaire schuld, inclusief rente en kosten, vrijwillig te voldoen door middel van onderhandse verkoop van het onderpand tegen een marktconforme prijs van ten minste € 315.000,00 en/of afkoop van de kapitaalverzekering bij Reaal Levensverzekeringen N.V
3.7
Het bezwaar van de bewindvoerster is terecht. Het is niet gebleken dat de bewindvoerster betrokken is geweest bij de totstandkoming van de koopovereenkomst met [A] , evenmin is zij daarover geïnformeerd anders dan door middel van het onderhavige verzoek. Daardoor is zij niet in de gelegenheid geweest de bank te wijzen op de bijzondere positie van [onderbewindgestelde] als onderbewindgestelde en aandacht te vragen voor zijn belang. Voorts is bij deze stand van zaken, en gelet op de informatie die de bewindvoerster over de bewoning van het registergoed gegeven heeft, niet uit te sluiten dat er een mogelijkheid is om een hogere koopprijs te realiseren. De onderbewindstelling brengt het belang met zich die mogelijkheid alsnog te benutten. De bewindvoerster heeft onder deze omstandigheden vanwege het beschermingsbewind recht en belang bij een aanhouding om een gunstiger bod voor te kunnen leggen. Dit betekent dat het verzoek zal worden aangehouden voor (zoals verzocht) acht weken, per heden ingaande.
3.8
De voorzieningenrechter verzoekt ABN Amro Hypotheken en de bewindvoerster om zich in deze zaak op de rol van 17 juni 2026 uit te laten over de voortgang van de procedure.
3.9
Als de bewindvoerster er in slaagt een gunstiger bod ter goedkeuring voor te leggen, en daarvoor een mondelinge behandeling bepaald zal worden, dan zal mogelijk [echtgenote] als belanghebbende opgeroepen moeten worden. Met het oog daarop wordt ABN Amro als meest gerede partij verzocht [echtgenote] van deze beschikking op de hoogte te stellen.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1
verwijst de zaak naar de rol van 17 juni 2026 voor het uitlaten over de voortzetting van de procedure door ABN Amro Hypotheken en de bewindvoerster, in haar hoedanigheid van bewindvoerster over de goederen van [onderbewindgestelde] ,
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
4137