Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2026 op het verzet van
[opposant] , te [plaats] , opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Opposant heeft op 10 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank verklaarde dit beroep op 23 december 2025 niet-ontvankelijk omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep niet-tijdig beslissen.
Tegen deze uitspraak is opposant in verzet gegaan. De rechtbank beoordeelt in dit verzet of de eerdere beslissing zonder zitting terecht was, waarbij zij nog niet toetst of het beroep inhoudelijk gegrond is. Opposant stelt dat hij het bezwaarschrift op 3 april 2024 per e-mail tijdig heeft ingediend.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 2:17 Awb Pro het tijdstip van ontvangst door het bestuursorgaan bepalend is, en dat de bewijslast bij opposant ligt. Opposant heeft een audit trial overgelegd waaruit blijkt dat het bezwaarschrift op 3 april 2024 om 14:54 uur ongeschonden op de server van verweerder is afgeleverd. Hiermee is de bewijslast voldaan.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en de behandeling van het beroep wordt voortgezet. Over proceskosten wordt nog niet beslist. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, waardoor de behandeling van het beroep wordt voortgezet.