Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2026 op het verzet van
[opposant] , te [plaats] , opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Opposant heeft op 10 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een dwangsombesluit. De rechtbank heeft op 23 december 2025 dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten, met name het ontbreken van een ingebrekestelling aan verweerder.
Tegen deze uitspraak is opposant in verzet gegaan, waarbij hij stelde dat hij het bezwaarschrift tijdig per mail had ingediend en bezwaar maakte tegen het splitsen van zijn beroepszaken. De rechtbank heeft in het verzet beoordeeld of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was en of een zitting noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat opposant niet had voldaan aan de voorwaarde van ingebrekestelling zoals vereist in artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb. Ook was er geen reden om af te wijken van de eerdere beslissing zonder zitting, omdat er geen twijfel over de uitkomst bestond.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de uitspraak van 23 december 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.