Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A. van Weegen;
- de advocaat van de verdachte: mr. R.G.M. Rijkhoff (hierna: de advocaat);
- de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
- de advocaat van de benadeelde partijen: mr. C.P. Zwaanswijk.
2.Tenlastelegging
subsidiairtenlastegelegd als een poging tot zware mishandeling;
3.Bewijs
- het betreden van de [horecagelegenheid] met drie messen;
- het uit de broeksband trekken en vasthouden van een groot mes;
- het toelopen naar aangever achter de balie met dit mes;
- het roepen dat hij hem gaat doden en
- het maken van een steekbeweging richting aangever
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Maatregelen
- tbs met dwangverpleging, ongemaximeerd;
- de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid van de verdachte voor de duur van vijf jaren, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] en [aangeefster] te vervangen door twee weken hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, tot een maximum van zes maanden.
langdurigwordt behandeld, om de kans op recidive terug te dringen en omdat de veiligheid van anderen dit vereist.
6.Vordering benadeelde partij [slachtoffer]
7.Vordering benadeelde partij [aangeefster]
8.Toegepaste wetsartikelen
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van
5 (vijf) jaren;
2 (twee) wekenhechtenis, met een maximum van
6 (zes) maandenhechtenis;
- wijst de vordering van [slachtoffer] geheel toe tot een bedrag van € 8.000,-, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 8.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 65 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [aangeefster] geheel toe tot een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangeefster] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat € 5.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 50 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.