Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de eerdere uitspraak van 18 juni 2025, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. De rechtbank had toen zonder zitting geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was, conform artikel 8:54 Awb Pro.
In het verzet beoordeelt de rechtbank of deze beslissing juist was. De gemachtigde van opposante had zich op 26 februari 2025 gesteld en verzocht om correspondentie aan hem te richten. Tevens beschikte hij over een rekening-courant waaruit het griffierecht had kunnen worden afgeschreven. Desondanks was de nota niet aan de gemachtigde, maar aan opposante zelf verzonden.
De rechtbank oordeelt dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring onjuist was, omdat het griffierecht had kunnen worden voldaan via de gemachtigde. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt. De behandeling van het beroep wordt voortgezet. Over proceskosten wordt nog niet beslist.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier S. Ayyildiz op 15 mei 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, waarna de behandeling van het beroep wordt voortgezet.