Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1-3;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
2.De kern
3.De beoordeling
voordatde overeenkomst wordt gesloten. [3]
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van een maatschap die juridische bijstand verleende aan een consument, die betaling van openstaande facturen eiste. De consument had de facturen tot 2022 voldaan, maar stopte na faillissement in 2023 met betalen.
De rechter toetste ambtshalve het kostenbeding in de overeenkomst aan het consumentenrecht, waarbij werd vastgesteld dat het beding niet transparant was omdat geen totale kosteninschatting vooraf was gegeven. Dit is in strijd met de informatieverplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek en de Europese richtlijn.
Desondanks werd het kostenbeding niet als oneerlijk beoordeeld, omdat de consument bekend was met het uurtarief en de facturen met urenspecificaties ontving. Wel werd geoordeeld dat de advocaat onvoldoende heeft voldaan aan haar plicht om de consument na het faillissement goed te informeren over de financiële consequenties.
Als sanctie werd de hoofdsom verminderd met 20%. Daarnaast werd de consument veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Consument veroordeeld tot betaling van verminderd bedrag aan openstaande advocaatfacturen met rente, incassokosten en proceskosten.