ECLI:NL:RBMNE:2026:4321

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
UTR 24/5948 en UTR 24/5949
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks betwisting kenbaarheid

Eiser maakte bezwaar tegen twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren zonder betaling op de Grebbeberglaan in Utrecht op 29 mei en 17 juni 2024. Hij stelde dat niet kenbaar was dat er betaald parkeren gold en dat het onredelijk was dat na de eerste naheffingsaanslag nog meerdere aanslagen werden opgelegd.

De rechtbank overwoog dat de heffingsambtenaar verplicht is duidelijk kenbaar te maken waar en wanneer parkeerbelasting geldt, wat hier was gebeurd door tijdige plaatsing van parkeerapparatuur en bebording. Eiser had de borden moeten opmerken en had een onderzoeksplicht om zich te informeren over het parkeerregime.

De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd en dat de beroepen ongegrond zijn. De uitspraak betreft alleen de aanslagen waartegen beroep is ingesteld; andere aanslagen vallen buiten het geding. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.

De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 15 juli 2026 en kan worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/5948 en UTR 24/5949

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: D.J. Koopmans).

Procesverloop

1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een tweetal naheffingsaanslagen parkeerbelasting die aan hem zijn opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft op 12 juni 2024 en 3 juli 2024 aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelastingen (met aanslagnummers [nummer] en [nummer] ) opgelegd (elk) ter hoogte van € 81,70. Dit bedrag omvat € 5,- aan parkeerbelasting en € 76,70 aan naheffing.
1.3
Met de twee uitspraken op bezwaar van 4 september 2024 (de bestreden uitspraken) heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelastingen gehandhaafd.
1.4
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraken beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
1.5
De zaken zijn behandeld op de zitting van 7 april 2026. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Feiten
2. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat aan eiser naheffingsaanslagen parkeerbelastingen zijn opgelegd omdat is geconstateerd dat hij op 29 mei 2024 en 17 juni 2024 een auto (met kenteken [kenteken] ) heeft geparkeerd aan de Grebbeberglaan in Utrecht waar betaald parkeren van toepassing is, zonder dat op dat tijdstip de verschuldigde belasting was voldaan.
3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslagen parkeerbelasting heeft opgelegd. Dat doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Beoordeling van het geschil
4. Eiser wijst erop dat hij de auto voor een langere tijd had geparkeerd aan de Grebbeberglaan in Utrecht. Volgens hem was niet kenbaar dat er ter plaatste sprake was van betaald parkeren. Hij vindt het onredelijk dat er na de eerste naheffingsaanslag parkeerbelastingen nog drie naheffingsaanslagen parkeerbelastingen door verweerder zijn opgelegd.
5. De rechtbank overweegt dat voorop staat dat verweerder de taak heeft om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Dit kan blijken uit bebording of parkeerapparatuur in de directe omgeving van de parkeerplaats. Aan de andere kant heeft de parkeerder een onderzoeksplicht om zich op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat ter plaatse geldt.
6. Verweerder heeft in het verweerschrift hierover toegelicht dat vanaf 1 mei 2024 betaald parkeren geldt en dat hier enkele weken van te voren parkeerapparatuur is geplaatst. Daarnaast is er bebording geplaatst waarop stond dat er betaald parkeren wordt ingevoerd. Deze aanwijzingen stonden ook vermeld op diverse begin-, eind- en herhalingsborden. Om de Grebbeberglaan te bereiken, moet eiser deze borden zijn gepasseerd. De rechtbank acht de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse voldoende kenbaar.
7. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.
8. Ten overvloede vermeld de rechtbank dat deze uitspraak alleen ziet op de naheffingsaanslagen waartegen eiser beroep heeft ingesteld. De andere naheffingsaanslagen vallen buiten de omvang van het geding.
9. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht is opgelegd.

Conclusie en gevolgen

10. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat verweerder de naheffingsaanslagen parkeerbelastingen terecht heeft opgelegd en dat eiser deze moet betalen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
A. Kasi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.