ECLI:NL:RBMNE:2026:4322
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen WOZ-waarde woning voor belastingjaren 2023 en 2024
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zijn vrijstaande woning voor de belastingjaren 2023 en 2024. De heffingsambtenaar had de waarden respectievelijk vastgesteld op €1.061.000 en €1.127.000, welke waarden eiser betwistte en lagere waardes vorderde.
De rechtbank heeft de taxatiematrices van de heffingsambtenaar beoordeeld, waarin de woning werd vergeleken met meerdere recent verkochte referentiewoningen in vergelijkbare gebieden. De rechtbank achtte deze referentiewoningen geschikt en vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in onder meer oppervlakte, staat van onderhoud en voorzieningenniveau.
Eiser voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder het te laat indienen van het verweerschrift, het gelijkheidsbeginsel, de bewoonbaarheid van de woning op de peildatum en marktontwikkelingen. Deze gronden werden door de rechtbank verworpen vanwege onvoldoende onderbouwing of omdat zij niet strookten met de wettelijke bepalingen en feiten.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart de beroepen ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden voor 2023 en 2024 worden ongegrond verklaard en de waarden gehandhaafd.