ECLI:NL:RBMNE:2026:4325
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanslag OZB en rioolheffing voor gebruiker niet-woning
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) en rioolheffing die aan haar als gebruiker van een pand is opgelegd. De aanslag is gebaseerd op de WOZ-waarde van het pand vastgesteld op 1 januari 2022. Eiseres betoogt dat zij het pand niet heeft kunnen gebruiken omdat zij wacht op een vergunning voor transformatie naar woningen.
De rechtbank overweegt dat het gebruik van een onroerende zaak in de zin van artikel 220 van Pro de Gemeentewet betekent dat de zaak metterdaad wordt bezet ter bevrediging van eigen behoeften, zonder dat het gebruik onbeperkt hoeft te zijn. Hoewel de vergunning nog niet is verleend, staat het pand ter beschikking van eiseres en heeft zij activiteiten ondernomen zoals het aanvragen van de vergunning en het dichttimmeren van ramen.
De rechtbank concludeert dat eiseres het pand wel degelijk kon gebruiken, zij het beperkt, en dat zij daarom terecht als gebruiker is aangemerkt. De aanslagen OZB en rioolheffing zijn terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag OZB en rioolheffing is ongegrond verklaard omdat eiseres terecht als gebruiker is aangemerkt.